ECLI:NL:RBDHA:2026:6389
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 28 augustus 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 28 februari 2026 lag.
Eiseres stelde de minister op 27 januari 2026 in gebreke, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. Hierdoor was de ingebrekestelling te vroeg en het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman en griffier A.W. van Eerden, zonder dat een zitting nodig werd geacht. Eiseres werd gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.