ECLI:NL:RBDHA:2026:6434

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
NL24.3072
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbAlgemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 15 juli 2025, waarbij het bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning ongegrond werd verklaard. Tevens verzocht eiser de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Bij mondelinge uitspraak van 19 maart 2026 is op het beroep zelf uitspraak gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep reeds uitspraak is gedaan.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.3072

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker,

V-nummer: [V-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 15 juli 2025 waarbij het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning ongegrond is verklaard. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. [1]

Overwegingen

1. Bij mondelinge uitspraak van 19 maart 2026, zaaknummer NL25.37043, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 20 maart 2026 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.