ECLI:NL:RBDHA:2026:6487
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J. J. P. Bosman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de verantwoordelijkheid van Frankrijk voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, en dat zijn medische omstandigheden nader onderzoek vereisten. Tevens stelde hij dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing zou zijn op Frankrijk. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel wel van toepassing is, zoals bevestigd door jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank vond de medische onderbouwing onvoldoende, aangezien alleen een niet vertaald medisch document was overgelegd. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die een overdracht aan Frankrijk zouden verhinderen. Frankrijk beschikt over vergelijkbare medische voorzieningen en eiser kon zich bij problemen tot Franse autoriteiten wenden.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af als niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter J. J. P. Bosman op 25 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.