Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling geboren in 2004, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 17 februari 2026 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan zijn uitzetting en dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko op korte termijn.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de voortgangsrapportage van verweerder en de eerdere toetsing van de maatregel op 2 maart 2026. Uit de rapportage blijkt dat verweerder op 20 februari 2026 een LP-aanvraag heeft ingediend bij de Marokkaanse en Tunesische autoriteiten en regelmatig schriftelijk heeft gerappelleerd, met de meest recente rappels op 12 maart 2026. Er zijn geen aanwijzingen dat de betrokken landen LP’s weigeren, noch heeft eiser dit concreet onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat het LP-traject nog niet zo lang duurt dat kan worden geconcludeerd dat geen LP zal worden afgegeven. Ook is niet gebleken dat de maatregel van bewaring onrechtmatig is geweest sinds het sluiten van het vorige onderzoek op 25 februari 2026. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.