ECLI:NL:RBDHA:2026:6568
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 27 juni 2025 en moest binnen zes maanden beslissen, waarbij de termijn pas begon te lopen vanaf 27 augustus 2025 vanwege onderzoek in het kader van de Dublinverordening.
Eiser stelde de minister op 30 december 2025 in gebreke, maar de rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg was omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vond het niet nodig om partijen te horen in een zitting en wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.B. Yalcinkaya op 20 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.