ECLI:NL:RBDHA:2026:657

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
NL25.43681
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • O. El Kadi
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 28 Vreemdelingenwet 2000Art. 31 lid 6 sub c Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid identiteit en geen reëel risico bij terugkeer

Eiser heeft op 6 oktober 2022 een asielaanvraag ingediend die door de minister op 9 september 2025 als kennelijk ongegrond is afgewezen. Eiser betwist deze afwijzing en voert meerdere beroepsgronden aan, waaronder de geloofwaardigheid van zijn identiteit, nationaliteit en herkomst, en het risico op ernstige schade bij terugkeer.

De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser zijn identiteit en nationaliteit niet aannemelijk heeft gemaakt. De overgelegde documenten, waaronder een Somalisch paspoort en identiteitsbewijs, worden niet erkend vanwege het ontbreken van betrouwbare brondocumenten en de vaststelling dat een overgelegde geboorteakte vals is. Daarnaast ondersteunt een taalanalyse het oordeel dat eiser niet afkomstig is uit de opgegeven regio in Somalië, maar waarschijnlijk uit Kenia.

Omdat de identiteit en herkomst ongeloofwaardig zijn, beoordeelt de rechtbank de overige asielmotieven niet inhoudelijk. Ook het betoog dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade wordt verworpen, mede omdat de minister aannemelijk heeft gemaakt dat eiser niet door Al-Shabaab-gebied hoeft te reizen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardigheid van identiteit en het ontbreken van een reëel risico bij terugkeer.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.43681

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. M. Luijendijk),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. I. Lohmann-Kamphuis).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. [1] Hij is het hier niet mee eens en heeft hiertegen een aantal beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van de minister om de asielaanvraag af te wijzen in stand kan blijven. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de door eiser gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig zijn. Verder heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade. Eiser krijgt geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Inleiding

2. Eiser heeft op 6 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 9 september 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld en hebben de voorzieningenrechter van deze rechtbank gevraagd een voorlopige voorziening te treffen
2.2.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (NL25.43682), op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en diens gemachtigde en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij uit Ceel Waaq in Somalië komt, dat hij de Somalische nationaliteit heeft en dat hij tot de Garre bevolkingsgroep behoort. De Garre-stam heeft problemen gehad met de Marehan-stam. Eiser heeft persoonlijk geen conflicten meegemaakt, maar heeft wel gehoord over de gevechten tussen de stammen en is door het Garre stamhoofd gevraagd deel te nemen aan de gevechten. Daarnaast was Al-Shabaab aanwezig in eisers dorp en is eiser driemaal door hen benaderd om zich bij hen aan te sluiten, wat hij weigerde. Na de derde benadering moest eiser zich van Al-Shabaab voorbereiden om door Al-Shabaab te worden meegenomen. Hierop heeft de moeder van eiser geregeld dat hij Somalië kon verlaten met behulp van een reisagent. Eiser vreest bij terugkeer naar Somalië om weer benaderd te worden door Al-Shabaab of om vermoord te worden omdat hij niet heeft meegewerkt.
Het bestreden besluit
4. Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- problemen vanwege de stammenoorlog;
- de benaderingen door Al-Shabaab.
4.1.
De minister acht het asielmotief identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig. Eiser heeft zijn identiteit en nationaliteit niet aangetoond met echt bevonden, identificerende documenten. [2] Eiser heeft niet op samenhangende en aannemelijke wijze verklaard [3] over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. Uit de verrichte taalanalyse blijkt dat eiser op grond van zijn gedemonstreerde en gestelde talenkennis niet eenduidig kan worden herleid tot de spraakgemeenschap van de regio Gedo in Zuid-Somalië, noch tot enig ander gebied in Somalië. Eiser kan in grote lijnen niet als geloofwaardig worden beschouwd. Eiser heeft een vals document (geboorteakte) [4] overgelegd, wat zijn algemene geloofwaardigheid aantast. Omdat de minister de gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig acht, worden de gestelde problemen van eiser vanwege de stammenoorlog en de benaderingen door Al-Shabaab niet beoordeeld op geloofwaardigheid.
Mocht de minister de nationaliteit, identiteit en herkomst van eiser ongeloofwaardig achten?
5. Eiser betoogt dat de minister zijn nationaliteit, identiteit en herkomst ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. Daartoe voert eiser aan dat de minister ten onrechte door hem overgelegde authentieke documenten, waaronder een origineel Somalisch paspoort en een origineel identiteitsdocument met een rapport van het identificatieproces [5] , buiten beschouwing heeft gelaten. Daarnaast betoogt eiser dat hij de hem gestelde herkomstvragen op overtuigende wijze heeft beantwoord en dat de minister deze ten onrechte niet in eisers voordeel heeft laten meewegen. Ten aanzien van de taalanalyse betoogt eiser dat hij concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht voor twijfel aan de juistheid hiervan. De conclusie in het rapport taalanalyse dat er geen omgeving in Somalië is waar geen tot weinig Somalisch wordt gesproken is volgens eiser onjuist, omdat dit in de grensgebieden met Kenia, waar eiser vandaan komt, dus wel mogelijk is.
Authentieke documenten
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat aan de door eiser overgelegde identificerende documenten, niet de door eiser gewenste waarde kan worden toegekend. De minister hecht, onder verwijzing naar het Algemeen Ambtsbericht Somalië (Ambtsbericht) van juni 2023, geen waarde aan Somalische identificerende documenten, nu de Nederlandse overheid deze documenten niet erkent. De minister stelt zich niet ten onrechte op het standpunt dat onduidelijk is hoe in het geval van eiser het identificatieproces heeft plaatsgevonden en welke brondocumenten ten grondslag hebben gelegen aan de afgifte van het paspoort en het identiteitsdocument. Daarbij wijst de minister erop dat uit het Ambtsbericht volgt dat bij de aanvraag van dergelijke documenten via de Somalische ambassade in Brussel onder meer een Somalische geboorteakte moet worden overgelegd, terwijl eisers geboorteakte vals is bevonden en hijzelf heeft verklaard niet over andere Somalische documenten te beschikken. De door eiser overgelegde stukken geven geen inzicht in het identificatieproces maar bevestigen slechts dat hij bij de Somalische ambassade in Brussel is verschenen en dat hem na een beoordeling van zijn achtergrond en identiteit een Somalisch paspoort is verstrekt. De minister stelt zich dan ook niet ten onrechte op het standpunt dat onduidelijk blijft op basis van welke brondocumenten het paspoort en het identiteitsdocument zijn afgegeven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de minister de documenten buiten beschouwing heeft mogen laten.
Taalanalyse
5.2.
Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) volgt dat de minister, als hij een taalanalyse ten grondslag legt aan zijn besluitvorming, zich ervan moet vergewissen dat de taalanalyse zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de inhoud inzichtelijk en concludent is. [6]
5.3.
De minister heeft aan zijn standpunt, dat eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen, het rapport taalanalyse van 12 mei 2025 ten grondslag gelegd. Daarin wordt geconcludeerd dat eiser eenduidig niet is te herleiden tot de spraakgemeenschap binnen Zuid-Somalië. Eiser is met de door hem gedemonstreerde talenkennis (Garre Libin en Engels, geen Somalisch) eenduidig niet te herleiden tot de spraakgemeenschap van de regio Gedo in Zuid-Somalië, noch tot enig ander gebied in Somalië. De minister mocht concluderen dat niet aannemelijk is dat eiser gedurende 15 jaar onafgebroken heeft verbleven in de plaats Ceel Waaq in Zuid-Somalië. De gedemonstreerde kennis van Garre Libin in combinatie met Engels wijst op een herkomst uit Kenia.
5.4.
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat hetgeen eiser ten aanzien van de taalanalyse naar voren heeft gebracht geen aanknopingspunten bevat om te twijfelen aan de juistheid van de taalanalyse. Het is aan eiser om onder verwijzing naar openbare informatie of met behulp van een contra-expertise aannemelijk te maken dat moet worden getwijfeld aan de uitkomst van de taalanalyse. Daar is eiser niet in geslaagd.
De minister heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank mogen tegen werpen dat de (redelijk) goed beantwoorde herkomstvragen niet opwegen tegen de uitkomst van de taalanalyse en de door eiser overlegde geboorteakte die vals bevonden is. De minister wijst er niet ten onrechte op dat deze informatie redelijk eenvoudig is te achterhalen via algemene bronnen en kaartmateriaal, zodat hieraan geen doorslaggevende betekenis toekomt. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat eisers identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig zijn. Een beoordeling van eisers tweede en derde asielmotief is onder die omstandigheden dan ook niet aan de orde. [7] De beroepsgrond slaagt niet.
Loopt eiser een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van Pro het EVRM?
6. Eiser betoogt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt stelt dat hij bij terugkeer naar Somalië geen reëel risico loopt op ernstige schade. Nu eiser in het bezit is van een Somalisch paspoort zal hij naar Somalië worden teruggestuurd en zal hij door gebied moeten reizen dat in handen is van Al-Shabaab.
6.1.
De rechtbank heeft onder 4.5. geoordeeld dat de minister eisers gestelde identiteit, nationaliteit en herkomst uit Somalië niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht. De minister stelt dan ook terecht dat niet wordt gevolgd dat eiser door gebied van Al-Shabaab zou moeten reizen. De minister stelt dat eiser moet terugkeren naar Somalië of Kenia en dat hij op basis van de taalanalyse aanknopingspunten heeft dat eiser afkomstig is uit Kenia. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt stelt dat eiser dan ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en geen vergoeding krijgt van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. O. El Kadi, rechter, in aanwezigheid van mr. R.C. Lubbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).
2.In de zin van artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet (Vw 2000). Deze verwijzing klopt denk ik niet.
3.In de zin van artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vreemdelingenwet (Vw 2000).
4.Verklaring van onderzoek - Bureau documenten, 8 maart 2024.
5.Een uittreksel van de Somalische ambassade in Brussel van 7 oktober 2025 en een email van de Somalische ambassade van 24 september 2025.
6.ABRvS van 11 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1921.
7.ABRvS van 6 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:292, punt 5.1.