ECLI:NL:RBDHA:2026:661
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2025 behandeld en beoordeelt of het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en of het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen kan worden toegepast.
De rechtbank oordeelt dat het besluit zorgvuldig is genomen. Eiser heeft de uitnodiging voor een gehoor ontvangen maar kon door eigen toedoen niet verschijnen. Hij kreeg alsnog de mogelijkheid om zijn bezwaren kenbaar te maken. Ten aanzien van Polen geldt het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij de minister mag uitgaan van de naleving van internationale verplichtingen door Polen. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Polen structureel tekortschiet in opvang of rechtsbescherming, of dat hij vanwege zijn Russische nationaliteit een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro.
Ook is geen bijzondere individuele omstandigheid gesteld die toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening rechtvaardigt. De rechtbank volgt de jurisprudentie van het HvJ EU en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat Polen zijn verplichtingen nakomt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.