ECLI:NL:RBDHA:2026:6645
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit minister op grond van Richtlijn Tijdelijke Bescherming
Eiser, een Ghanese nationaliteit houdende derdelander, verbleef rechtmatig in Nederland op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) na zijn vlucht uit Oekraïne vanwege de invasie in februari 2022.
De minister legde op 7 februari 2024 een terugkeerbesluit op met beëindiging van het verblijfsrecht per 4 maart 2024. Dit besluit werd door de minister ingetrokken omdat het prematuur was genomen. Op 22 juli 2025 werd een vervangend terugkeerbesluit opgelegd met dezelfde beëindigingsdatum van het verblijfsrecht.
Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit prematuur was, verwijzend naar eerdere jurisprudentie en een voorlopige voorziening. De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit van 22 juli 2025 niet prematuur is omdat het na de beëindiging van de tijdelijke bescherming is genomen. De voorlopige voorziening schort slechts de rechtsgevolgen op en verleent geen verblijfsrecht.
Het beroep tegen het ingetrokken besluit van 7 februari 2024 is niet-ontvankelijk, maar eiser krijgt proceskostenvergoeding wegens de prematuur genomen beslissing. Het beroep tegen het besluit van 22 juli 2025 wordt ongegrond verklaard, waardoor het terugkeerbesluit in stand blijft en eiser binnen de gestelde termijn moet terugkeren naar Ghana.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit van 22 juli 2025 wordt ongegrond verklaard en het eerdere besluit van 7 februari 2024 niet-ontvankelijk, met een proceskostenvergoeding aan eiser.