ECLI:NL:RBDHA:2026:6672

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
AWB 25/23857
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling

Verzoeker ontving op 29 januari 2024 een brief van de minister van Asiel en Migratie waarin werd meegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming op grond van de Regeling tijdelijke bescherming (RTB) per 4 maart 2024 werd beëindigd, verwijzend naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 januari 2024.

Tegen deze brief stelde verzoeker beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.

Op 20 februari 2026 deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer AWB 25/22653), waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was. De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J. Catsburg en griffier M.M. Tank, en is in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak inmiddels is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/23857

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

Procesverloop

Op 29 januari 2024 heeft verzoeker een brief van de minister ontvangen. Daarin heeft de minister aan verzoeker medegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming op grond van de RTB per 4 maart 2024 is beëindigd, onder verwijzing naar de uitspraak van 17 januari 2024 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling). [1] Verzoeker heeft tegen deze brief beroep ingesteld, alsmede een verzoek tot een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. [2] Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Procesverloop

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer AWB 25/22653, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Tank, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

2.Artikel 8:83, derde lid, van de Awb maakt dit mogelijk.