Eiser, een Somalische nationaliteit dragende jongvolwassene, verzocht in 2022 internationale bescherming in Griekenland en ontving daar in maart 2023 status. In september 2023 diende hij een asielaanvraag in Nederland in, die door de minister in oktober 2025 werd afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van zijn verhaal over bedreigingen door Al-Shabaab.
De rechtbank behandelde het beroep in januari 2026 en oordeelde dat de minister terecht het tweede asielmotief, de bedreigingen door Al-Shabaab, niet geloofwaardig achtte. Dit vanwege tegenstrijdigheden in verklaringen over de omstandigheden van bedreigingen, de moord op zijn oom en de wijze van vertrek uit Somalië. De rechtbank verwierp het betoog van eiser dat tegenstrijdigheden in eerdere verklaringen niet tegen hem mochten worden gebruikt.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij individueel een verhoogd risico loopt op ernstige schade door willekeurig geweld in zijn woonplaats. De minister mocht daarom het beroep afwijzen en een terugkeerbesluit opleggen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.