ECLI:NL:RBDHA:2026:6678
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toelaatbaar voor kok met afgewezen gecombineerde vergunning verblijf en arbeid
Verzoeker, een Bengaalse kok werkzaam bij een Aziatisch restaurant, had een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) die niet werd verlengd vanwege een negatief UWV-advies. Verzoeker stelde dat het belang spoedeisend was omdat hij anders niet meer mocht werken en Nederland moest verlaten, en dat het beroep redelijke kans van slagen had.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er sprake was van een spoedeisend belang, omdat het restaurant zonder verzoeker zou moeten sluiten en de referent een dilemma heeft tussen het overtreden van de Wet arbeid vreemdelingen en sluiting. De rechter vond de mondelinge toelichting tijdens de zitting voldoende.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het beroep een redelijke kans van slagen heeft vanwege divergentie over de werkervaringseis sinds het vervallen van de uitzonderingspositie voor de Aziatische horeca. De belangenafweging viel in het voordeel van verzoeker en referent uit, ondanks het belang van verweerder bij naleving van de wet.
De voorlopige voorziening werd toegewezen, waardoor verzoeker mocht blijven werken en verblijven totdat de meervoudige kamer op 21 april 2026 uitspraak doet. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker mag blijven werken en verblijven totdat op het beroep is beslist vanwege spoedeisend belang en redelijke kans van slagen.