Eiseres, een Ethiopische vrouw die als Buda wordt beschouwd, diende op 1 maart 2024 een opvolgende asielaanvraag in nadat haar eerdere aanvraag was afgewezen omdat zij bescherming kon krijgen van de autoriteiten. Verweerder wees de nieuwe aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat eiseres zich in Addis Abeba kan vestigen en daar bescherming kan verkrijgen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder feitelijk een binnenlands beschermingsalternatief in Addis Abeba tegenwerpt, maar onvoldoende heeft gemotiveerd of aan de voorwaarden van de Vreemdelingencirculaire is voldaan. Verweerder heeft niet adequaat onderzocht of eiseres in Addis Abeba veilig kan wonen, toegang heeft tot voorzieningen, en of zij zich daar redelijkerwijs kan vestigen, mede gelet op haar status als weduwe, haar medische situatie en de problemen die zij ondervindt vanwege haar Buda-status.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de getuigenverklaringen en medische stukken onvoldoende heeft betrokken en onterecht heeft aangenomen dat eiseres zonder problemen in Addis Abeba kan verblijven. Het bestreden besluit voldoet niet aan het motiveringsbeginsel en wordt vernietigd. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en eiseres krijgt een proceskostenvergoeding van €2.802,- toegekend.