Uitspraak
Scheiding
Beschikking op het op 23 februari 2024 ingekomen verzoek van:
[de man],
[de vrouw],
Procedure
- het verzoekschrift van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 11 maart 2024 van de zijde van de man, met als bijlage het betekeningsexploot;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken van de zijde van de vrouw;
- het verweerschrift op zelfstandige verzoeken tevens houdende zelfstandige verzoeken van de zijde van de man;
- het verweerschrift op aanvullend verzoekschrift tevens houdende aanvullende zelfstandige verzoeken van de zijde van de vrouw;
- het verweerschrift op aanvullend zelfstandig verzoekschrift tevens houdende aanvullende zelfstandige verzoeken van de zijde van de man;
- het verweerschrift op zelfstandige verzoeken tevens houdende aanvullende verzoeken van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 3 maart 2025 van de zijde van de man, met bijlage;
- het F9-formulier van 5 maart 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
- het F9-formulier van 7 november 2025 van de zijde van de vrouw;
- het F9-formulier van 28 november 2025 van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 5 december 2025 van de zijde van de vrouw, met bijlage;
- het F9-formulier van 10 december 2025 van de zijde van de man, met bijlage.
- de man (online);
- de advocaat van de man (online);
- de vrouw (online);
- mr. V.R.L. Berkhout, waarnemend advocaat van de vrouw.
- het F9-formulier van 24 december 2025 van de zijde van de vrouw;
- het bericht van 12 januari 2026 van de zijde van de vrouw;
- het F9-formulier van 3 februari 2026 van de zijde van de man;
- het F9-formulier van 3 februari 2026 van de zijde van de vrouw.
Feiten
- Partijen zijn op [datum] 2014 te Almere een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan.
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- Blijkens een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP) hebben de man en de vrouw in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.
- Partijen zijn volgens de BRP op 30 december 2019 geëmigreerd naar [land].
Verzoek en verweer
- bepaling dat aan de Nederlandse rechter de bevoegdheid toekomt over [minderjarige] te oordelen;
- bepaling dat Nederlands recht van toepassing is voor wat betreft de zaken die [minderjarige] betreffen;
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige], in die zin dat:
- vaststelling van een regeling inzake de informatie over [minderjarige], in die zin dat de vrouw de man twee maal per maand een update stuurt over [minderjarige], voorzien van enkele foto’s en video’s;
- vaststelling van een kinderalimentatie van € 27,- per maand, met ingang van datum beschikking;
- vaststelling van de wijze van verdeling van de partnerschapsgemeenschap conform randnummer 32 tot en met 82 van het verweerschrift op aanvullende zelfstandige verzoeken tevens houdende aanvullende zelfstandige verzoeken;
- bepaling dat de vrouw op grond van artikel 843a Rv gehouden is om binnen 14 dagen na de datum van het verweerschrift op aanvullende zelfstandige verzoeken tevens houdende aanvullende zelfstandige verzoeken volledige inzage te verschaffen in haar financiële stukken over de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024, inclusief alle relevante inkomens- en vermogensgegevens;
- bepaling dat de vrouw gehouden is om binnen 14 dagen na de in dezen te wijzen beschikking inzage aan de man te verschaffen in alle bankafschriften van de gezamenlijke rekening van partijen zoals genoemd onder randnummer 60 tot en met 69 van het verweerschrift op aanvullende zelfstandige verzoeken tevens houdende aanvullende zelfstandige verzoeken, vanaf 2021 tot de datum van opheffing, alsmede in wat er met het vermogen van partijen is gebeurd,
- vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over [minderjarige], in die zin dat als de man in het buitenland verblijft er eens per week (video)belcontact is tussen hem en [minderjarige], en wanneer de man in [plaats 1] is dat [minderjarige] eens in de twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij de man verblijft;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 750,- per maand, bij vooruitbetaling te voldoen, met ingang van 17 juni 2024;
- vaststelling van de verdeling van de partnerschapsgemeenschap, conform het voorstel in randnummer 28 van het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken van 17 juni 2024, en met dien verstande dat de Volkswagen Kever aan de vrouw wordt toebedeeld;
- bepaling dat de woning staande en gelegen aan de [adres 1] te [plaats 2] volledig aan de vrouw wordt toebedeeld, zonder nadere verrekening;
- bepaling dat de man gehouden is om binnen 14 dagen na de in dezen te wijzen beschikking inzage aan de vrouw te verschaffen in alle bankafschriften van de gezamenlijke bankrekeningen van partijen zoals genoemd onder randnummer 57 van het verweerschrift op aanvullend verzoekschrift tevens houdende aanvullende zelfstandige verzoeken van de zijde van de vrouw van 4 oktober 2024 vanaf 1 januari 2020 tot de datum van opheffing, alsmede in wat er met het vermogen van partijen is gebeurd;