Uitspraak
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 28 augustus 2023 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift met bijlagen 1 t/m 3;
- het bericht van 21 september 2023, met bijlage (betekeningsexploot) van de vrouw;
- het bericht van 26 oktober 2023 van de vrouw;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken en bijlagen 1 t/m 18 van 16 januari
- het bericht van 1 juli 2025 van de man;
- het bericht van 2 juli 2025 van de vrouw;
- de brief van 29 december 2025, met bijlagen 19 t/m 31, inhoudende aanvullende
Feiten
- De man en de vrouw zijn gehuwd op [datum] 2017 te [plaats 1] ( [land 1] ).
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- Uit de Basisregistratie personen (Brp) blijkt dat partijen de Nederlandse nationaliteit hebben. De kinderen hebben ook de Nederlandse nationaliteit.
- In de Brp is opgenomen dat partijen op 31 maart 2021 zijn geëmigreerd naar [land 1] .
- Deze rechtbank heeft op 22 november 2023 voorlopige voorzieningen getroffen, voor zover van belang, inhoudende dat de man aan de vrouw met ingang van 11 oktober 2023 voorlopig een kinderalimentatie voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van € 846,- per maand per kind zal betalen. Het verzoek om een voorlopige partneralimentatie is afgewezen.
- Bij beschikking van 16 september 2025 is het verzoek van de man tot wijziging van de voorlopige kinderalimentatie afgewezen.
- De kinderen verblijven bij de vrouw.
Verzoek en verweer
- de echtscheiding tussen partijen uit te spreken, waarbij tevens “wreedheid, in de zin van gemis aan respect tussen de echtelieden over en weer”, dan wel “duurzame ontwrichting met een separatie tussen de echtelieden van langer dan een jaar” in het dictum, dan wel de overwegingen wordt opgenomen;
- een verklaring voor recht uit te spreken dat partijen belast zijn met het gezamenlijk ouderlijk gezag over de kinderen;
- het hoofdverblijf van de kinderen bij de man te bepalen, dan wel
- als zorgverdeling tussen de man en de kinderen te bepalen dat de kinderen in de maanden december/januari en april/mei van elk kalenderjaar gedurende twee weken bij de man in [land 2] zullen verblijven en te bepalen dat de kinderen in de maanden juli/augustus en in oktober/november gedurende twee weken bij de man in [land 1] zullen verblijven, dan wel een zodanige regeling te treffen die de rechtbank redelijk en passend acht;
- als contactregeling te bepalen dat de man en de kinderen gedurende vijf dagen per week via beeldbellen contact met elkaar hebben op een voor de kinderen geschikt tijdstip, dan wel een zodanige regeling te treffen die de rechtbank redelijk en passend acht;
- als informatieregeling te bepalen dat de vrouw de man maandelijks schriftelijk informeert over de gezondheid, school, sociale en mentale ontwikkeling van beide kinderen met minimaal 500 woorden per keer en te bepalen dat zij hem een foto van de kinderen en de stukken die betrekking hebben op de kinderen, zoals onder andere de inschrijvingen bij huisarts, tandarts en (voor)school, dag-/kinderopvang, sport- en hobbyinstellingen, dan wel een zodanige regeling te treffen die de rechtbank redelijk en passend acht;
- een verklaring voor recht uit te spreken dat het [land 1] recht in de zin van de ‘Hindu Marriage Act 1955’ van toepassing is op het huwelijksgoederenregime van partijen en te gelasten dat partijen conform dat recht zullen overgaan tot de verdeling van hun vermogen;
Beoordeling
- het eigen inkomen, vermogen en verdiencapaciteit van de verzoeker;
- de draagkracht van de verweerder;
- specifieke feiten en omstandigheden: de duur van het huwelijk, de levensstandaard tijdens het huwelijk, leeftijd en gezondheid, de zorg voor de kinderen.