ECLI:NL:RBDHA:2026:6815
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser heeft op 16 februari 2025 een asielaanvraag ingediend in Nederland. De minister heeft vervolgens op 19 maart 2025 een overnameverzoek ingediend bij Spanje, dat op 24 maart 2025 werd geweigerd. Na een verzoek tot heroverweging op 26 maart 2025 bevestigde Spanje op 2 april 2025 de weigering, waardoor Nederland verantwoordelijk werd voor de behandeling van de aanvraag.
Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden. Hierdoor moest de minister uiterlijk op 2 oktober 2026 beslissen op de aanvraag. Eiser stelde de minister op 30 januari 2026 in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de beslistermijn nog niet was verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de rechtbank ziet geen reden om een bestuurlijke dwangsom vast te stellen. Het beroep wordt afgewezen op ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.