ECLI:NL:RBDHA:2026:6861
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens prematuur indienen tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft op 16 juni 2025 een asielaanvraag ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op deze aanvraag beslist. Eiser heeft de minister op 31 januari 2026 verzocht alsnog binnen twee weken te beslissen, waarbij de ontvangst van deze brief door de minister op 25 februari 2026 is bevestigd.
De wettelijke termijn van twee weken om alsnog te beslissen begon op 26 februari 2026 en liep af op 12 maart 2026. Eiser heeft echter al op 4 maart 2026 een beroepschrift ingediend tegen het niet tijdig beslissen, waardoor het beroep prematuur was en niet voldeed aan de vereisten voor ontvankelijkheid.
De rechtbank heeft daarom het beroep als kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en de minister is niet verplicht proceskosten aan eiser te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 27 maart 2026.
Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift in te dienen, waarin hij kan aangeven waarom hij het niet eens is met deze beslissing en eventueel een zitting kan verzoeken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.