Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die op 11 februari 2026 door de minister van Asiel en Migratie is opgelegd. Hij betoogt dat zijn identiteit en nationaliteit inmiddels zijn vastgesteld en dat de maatregel niet langer gerechtvaardigd is, mede omdat zijn asielaanvraag op 25 februari 2026 is afgewezen.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring ook op een andere grondslag kan worden gebaseerd, namelijk artikel 59b, eerste lid, onder c, van de Vreemdelingenwet, en dat eiser deze grondslag niet heeft betwist. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak van 20 februari 2026 waarin deze punten reeds zijn beoordeeld.
Eiser stelt dat de belangenafweging niet proportioneel is en dat er sprake is van nieuwe feiten, zoals zijn langdurige binding met Spanje en een verblijfsalternatief aldaar. De rechtbank oordeelt dat deze feiten niet nieuw zijn en dat verweerder een verzwaarde belangenafweging heeft gemaakt die voldoende is gemotiveerd.
Verder voert eiser aan dat geen lichter middel is overwogen ondanks zijn psychosomatische en depressieve klachten. De rechtbank ziet hierin geen aanleiding voor een ander oordeel, mede omdat eiser geen medische stukken heeft overgelegd en medische zorg beschikbaar is in het detentiecentrum.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.