Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 januari 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
de korpschef van politie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Wat vindt eiser in beroep?
Interpol diffusionverstuurd. Eiser heeft echter nooit de intentie gehad om uit te reizen naar conflictgebied en zich ook nooit ingelaten met extremistische ideologieën. Zowel in de journalistiek als door de nationale ombudsman is aandacht besteed aan soortgelijke problematiek. [3] Vanwege de beperkingen die hij ervaart, heeft hij geprobeerd om inzage te krijgen in zijn registratie bij zowel de [land 1] als Nederlandse autoriteiten. Hij heeft na zijn inzageverzoek aan de korpschef kennis kunnen nemen van verschillende politiemutaties. In vier van deze mutaties staan volgens eiser feitelijke onjuistheden. De mutaties bevatten tal van onjuiste passages die een feitelijk karakter dragen en conclusies die niet uitsluitend indrukken of observaties betreffen. Concrete uitlatingen worden aan eiser toegeschreven, er worden specifieke handelingen gesuggereerd en concrete ontmoetingen of aanwezigheden worden geduid als bewijs van radicalisering. Eiser wijst op de uitspraak van de Afdeling [4] van 14 februari 2024. [5] De beslissing op het verzoek van eiser om rectificatie geeft blijk van een onjuiste weergave van feiten, een onjuiste rechtsopvatting, ontoereikende motivering en miskenning van de zwaarwegende belangen van eiser. Verweerder beperkt zich tot standaardoverwegingen en de belangenafweging door verweerder is ontoereikend. De onjuiste politiemutaties vormen een inbreuk op zijn recht op privéleven (artikel 8 EVRM Pro), zijn recht op vrijheid van religie (artikel 9 EVRM Pro) en zijn recht op vrijheid van beweging (artikel 2, Protocol 4 EVRM). Hij verzoekt de rechtbank om het bestreden besluit te vernietigen, verweerder op te dragen de mutaties te corrigeren en hieraan een rechterlijke dwangsom te verbinden van € 250,- per dag met een maximum van € 50.000,-.
geformuleerd(in een mutatierapport).
Hoewel de rechtbank het met eiser eens is dat niet altijd duidelijk uit de mutaties blijkt waarop de professionele indrukken, meningen of conclusies die in de mutaties zijn vastgelegd, zijn gebaseerd, maakt dat nog niet dat deze alleen daarom al onjuist zijn, en moeten worden gerectificeerd. Daarbij merkt de rechtbank op dat eiser geen volledige inzage heeft gekregen in de politiegegevens die over hem zijn geregistreerd. Mogelijk dat de mutaties die niet met eiser zijn gedeeld een meer gedegen onderbouwing geven voor die professionele indrukken, meningen of conclusies. Voor de rechtbank is het niet mogelijk om dit na te gaan, omdat verweerder de stukken die voor eiser ter inzage hebben gelegen niet in afschrift aan de rechtbank heeft verstrekt met een beroep op geheimhouding op grond van artikel 8:29 van Pro de Awb. Ook de strafrechter heeft over deze mutaties geen oordeel kunnen geven. Eiser is immers nimmer strafrechtelijk vervolgd en heeft de mutaties dus ook niet in het kader van de waarheidsvinding in een strafproces kunnen betwisten. In het kader van een rectificatieverzoek is dat echter van ondergeschikt belang. In deze zaak is van belang of betrokkene aannemelijk heeft gemaakt dat de feiten in de mutaties onjuist zijn.