ECLI:NL:RVS:2024:621
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen afwijzing rectificatieverzoek mutatierapport politie
Appellant verzocht de korpschef van politie om rectificatie van een mutatierapport dat was opgesteld naar aanleiding van een demonstratie op de Dam in Amsterdam op 30 juni 2019. Hij stelde dat het rapport onjuistheden bevatte en baseerde zijn verzoek op artikel 28 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De korpschef wees het verzoek af omdat appellant niet had aangegeven welke politiegegevens gerectificeerd moesten worden.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het recht op correctie niet bedoeld is om indrukken, meningen en conclusies te corrigeren, en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de feiten onjuist waren. Tevens werd geoordeeld dat de korpschef niet verplicht was de bodycambeelden te bewaren.
In hoger beroep betoogde appellant dat onjuiste feiten in het mutatierapport waren opgenomen en dat de bodycambeelden ten onrechte waren gewist. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat in het mutatierapport naast professionele indrukken ook feitelijke gegevens zijn opgenomen, waarvan appellant moet aantonen dat deze onjuist zijn. De Afdeling vernietigde het eerdere besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de korpschef een nieuw besluit moet nemen waarbij appellant in de gelegenheid wordt gesteld de onjuistheid aannemelijk te maken. Het beroep werd gegrond verklaard en de proceskosten werden aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de korpschef wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen over het rectificatieverzoek.