ECLI:NL:RBDHA:2026:6896
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening urgentieverklaring wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op medische gronden vanwege perifere polyneuropathie, geïnduceerde myelopathie, evenwichtsstoornissen en het hetevoeten-syndroom, waardoor zijn mobiliteit ernstig beperkt is. Hij woont momenteel op zolder bij zijn ouders, wat fysiek en mentaal belastend is. Verzoeker vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van zijn aanvraag door het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker weliswaar een spoedeisend belang heeft, maar dat het college terecht de aanvraag heeft afgewezen op grond van de Huisvestingsverordening. De weigeringsgronden zijn onder meer dat verzoeker woont in een niet-zelfstandige woonruimte en dat het huisvestingsprobleem voorzienbaar was. De hardheidsclausule is niet toegepast omdat verzoeker onvoldoende bijzondere omstandigheden heeft aangetoond die onbillijkheden van overwegende aard veroorzaken.
De medische stukken tonen beperkingen, maar geen levensbedreigende of levensontwrichtende situatie die zelfstandig functioneren onmogelijk maakt. Bovendien zijn er nog mogelijkheden om de woonsituatie te verbeteren, zoals een traplift of kamerverplaatsing. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en concludeert dat het beroep geen redelijke kans van slagen heeft. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt afgewezen wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden.