ECLI:NL:RBDHA:2026:6913
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen tegen afwijzing Verklaring Omtrent het Gedrag voor groepsbegeleider
Verzoeker vroeg op 24 juni 2025 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor de functie van groepsbegeleider bij een bedrijf in Arnhem. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees de aanvraag af op basis van een veroordeling voor bedreiging en belediging van een ambtenaar in functie in juni 2023 en politiegegevens over grensoverschrijdend gedrag.
Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, stellende dat er geen verband is tussen de functie en de feiten, dat hij eerder een VOG kreeg voor dezelfde functie, en dat hij door de afwijzing zijn baan en inkomen verloor. Verweerder betwistte het spoedeisend belang en handhaafde de afwijzing vanwege het risico voor de samenleving.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat het objectieve criterium was vervuld, maar dat het subjectieve criterium onvoldoende was gemotiveerd. Met name ontbraken onderliggende gegevens over een melding uit 2023 die voor verweerder doorslaggevend was. Ook was een melding ten onrechte meegewogen terwijl deze was geseponeerd met een technisch sepot.
Gezien het spoedeisend belang van verzoeker en de onvoldoende gemotiveerde risico-inschatting van verweerder, wees de voorzieningenrechter het verzoek toe. Het bestreden besluit werd geschorst en verzoeker werd behandeld alsof hij in het bezit was van de gevraagde VOG totdat de beslissing op bezwaar is genomen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt toegewezen en het besluit geschorst.