ECLI:NL:RBDHA:2026:6914
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking bezwaar over overplaatsing opvanglocatie
Verzoekster, van Oekraïense nationaliteit, had bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om haar en haar zes kinderen op 17 december 2025 over te plaatsen naar een andere opvanglocatie. Dit bezwaar was gericht op het voorkomen van de overplaatsing, mede omdat de kinderen van school zouden moeten wisselen. Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de overplaatsing te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
Verweerder bevestigde op 17 december 2025 dat de kinderen op hun huidige school konden blijven en dat leerlingenvervoer naar de nieuwe opvanglocatie werd geregeld. Hierdoor trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in, omdat zij geen bezwaar meer had tegen de overplaatsing.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder niet is tegemoetgekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening, omdat de feitelijke overplaatsing al had plaatsgevonden en verweerder niet had afgezien van het besluit. Het faciliteren van leerlingenvervoer en het mogelijk maken dat de kinderen op hun school konden blijven, vormde geen voorlopige opschorting of maatregel in de zin van artikel 8:75a Awb. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat verweerder niet is tegemoetgekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening.