Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:6998

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
29 maart 2026
Zaaknummer
C/09/698332 / FA RK 26-730
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening wijziging kinderalimentatie wegens onvoldoende spoedeisend belang

Partijen zijn gehuwd geweest van 2013 tot 2024 en hebben vier minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag. De kinderen verblijven hoofdzakelijk bij de moeder. Bij beschikking van 15 december 2023 is de echtscheiding uitgesproken en is de kinderalimentatie vastgesteld op €739 per maand zolang de man geen eigen woning heeft, en €653 per maand zodra hij een eigen of grotere woning heeft.

De man verzocht op 26 januari 2026 om een voorlopige voorziening tot verlaging van de kinderalimentatie naar €212 per maand, althans een ander bedrag en datum die de rechtbank passend acht, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Hij stelde dat hij een te hoog bedrag betaalt en niet over voldoende draagkracht beschikt.

De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 223 Rv Pro een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen indien er een spoedeisend belang is, dat wil zeggen dat van de man niet gevergd kan worden de bodemprocedure af te wachten. De man heeft onvoldoende gesteld dat er sprake is van een financiële noodsituatie of een spoedeisend belang.

Daarom wees de rechtbank het verzoek af. De beschikking is uitgesproken door rechter E.D.A. Geleijns op 26 februari 2026 tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening wijziging kinderalimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-730
Zaaknummer: C/09/698332
Datum beschikking: 26 februari 2026

Voorlopige voorzieningen ex 223 Rv (alimentatie)

Beschikking op het op 26 januari 2026 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank onbekend adres,
advocaat: mr. D. Vurdelja te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: -.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift met bijlagen.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd geweest van [dag 1] 2013 tot [dag 2] 2024.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2018 te [geboorteplaats 1] ;
  • [minderjarige 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2021 te [geboorteplaats 2] .
- De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- Bij beschikking van 15 december 2023 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is -voor zover hier van belang- de kinderalimentatie op € 739,- per maand bepaald zolang de man nog geen eigen woning heeft en op € 653,- per maand zodra de man een eigen/grotere woning heeft.

Verzoek

Het verzoek van de man strekt ertoe dat de door de man te betalen kinderalimentatie bij voorlopige voorziening wordt gewijzigd krachtens welke de man een voorlopige bijdrage zal betalen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen van € 212,- per maand, althans met ingang van datum indiening verzoekschrift, althans met ingang van een zodanige datum en een zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, in afwachting van de definitieve vaststelling van de kinderalimentatie,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
Beoordeling
(Spoedeisend) belang
Op grond van artikel 223 lid 1 Rv Pro kan iedere partij tijdens een aanhangig geding vorderen dat de rechter een voorlopige voorziening zal treffen voor de duur van het geding. Op grond van het tweede lid moet deze vordering samenhangen met de hoofdvordering. In een verzoekschriftprocedure kan een voorlopige voorziening naar analogie van artikel 223 Rv Pro worden verzocht (Hoge Raad 5 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3533).
Voor wijziging van door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie voor de duur van de bodemprocedure is in het kader van artikel 223 Rv Pro slechts plaats, indien naar het oordeel van de rechtbank een (spoedeisend) belang bestaat, in die zin dat van de man niet gevergd kan worden dat hij de afloop van de bodemprocedure afwacht.
De man heeft gesteld dat uit de alimentatieberekening volgt dat de man (nu al langere tijd) een veel te hoog bedrag aan alimentatie betaalt en dat hij daar geen draagkracht voor heeft. De man stelt daarom recht te hebben op en spoedeisend belang te hebben bij het vragen van een voorlopige voorziening.
De rechtbank overweegt dat de man in zijn verzoek ex artikel 223 Rv Pro onvoldoende zijn spoedeisend belang heeft gesteld. Niet gesteld of gebleken is van een financiële noodsituatie bij de man.
Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is aangetoond dat sprake is van een situatie dat van de man niet gevergd kan worden dat hij de eindbeslissing in de hoofdzaak afwacht. De rechtbank zal het verzoek van de man tot het treffen van een voorlopige voorziening dan ook afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door D. van den Born als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 februari 2026.