Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7078

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
C/09/647063 / FA RK 23-3225
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing zorgregeling en toekenning vervangende toestemming psychologische behandeling voor kind

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder tot vaststelling van een zorgregeling en vervangende toestemming voor psychologische behandeling van haar kinderen na langdurige hulpverlening zonder verbetering.

De Raad voor de Kinderbescherming rapporteerde dat de moeder begeleiding nodig heeft in het omgaan met de kinderen en het samengestelde gezin, terwijl de vader frustraties uit en onvoldoende hulpverlening accepteert. Contact tussen de vader en [minderjarige 2] wordt als schadelijk beoordeeld, terwijl het contact met [minderjarige 1] onder begeleiding nog in opbouw is maar gepaard gaat met stress en psychosomatische klachten.

De rechtbank constateert dat na drie jaar intensieve hulpverlening geen verandering is opgetreden in de ouderrelatie en dat de kinderen klem zitten tussen hun ouders. Daarom wordt geen zorgregeling vastgesteld en vervalt de begeleide omgang.

Wel wordt vervangende toestemming verleend aan de moeder om [minderjarige 1] onder behandeling te stellen bij een psycholoog verbonden aan RondomJou/Youz, omdat dit in het belang van het kind is gezien zijn stressklachten en loyaliteitsproblematiek.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en benadrukt het belang van ouderbegeleiding en betrokkenheid van de vader bij de behandeling en het herstel van contact.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot zorgregeling af en verleent vervangende toestemming voor psychologische behandeling van een kind.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-3225
Zaaknummer: C/09/647063
Datum beschikking: 27 februari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en vervangende toestemming psycholoog

Beschikking op het op 3 mei 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.J. van Steensel in ’s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.B. Meerzorg in Amsterdam, voorheen: mr. Kumar in Amsterdam en mr. J.T.R.J. Bracke in ‘s-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 21 maart 2025 van deze rechtbank is een beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden en de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • het aangepaste rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming van 20 november 2025, met kenmerk [kenmerk] ;
  • het bericht met bijlage van 6 februari 2025 van de moeder;
  • het bericht met bijlagen van 9 februari 2026 van de moeder;
  • het aanvullend verzoekschrift van 9 februari 2026 van de moeder;
  • het bericht met bijlagen 9 februari 2026 van de vader;
  • het bericht met bijlagen van 11 februari 2026 van de moeder;
  • het bericht met bijlage van 13 februari 2026 van de moeder;
  • het bericht met bijlagen van 18 februari 2026 van de vader.
Op 19 februari 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader met zijn advocaat;
  • [naam 1] en [naam 2] , de gezinscoach respectievelijk gedragswetenschapper van RondomJou;
  • [naam 3] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Verzoek en verweer

Van de verzoeken van de moeder resteert – na aanvulling – nog slechts:
  • te bepalen dat de vader de kinderen zal zien onder begeleiding van een GZ-psycholoog, zodra RondomJou daartoe een mogelijkheid biedt en dat tot die tijd de huidige begeleide omgang wordt voortgezet bij het Wilmahuis, zolang het Wilmahuis de aanwijzingen van de gezinscoach van RondomJou opvolgt;
  • toestemming te verlenen, welke toestemming die van de vader vervangt, om [minderjarige 1] onder behandeling te stellen van een aan RondomJou c.q. Youz verbonden psycholoog;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad.
De vader heeft verweer gevoerd tegen het verzoek van de moeder, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast heeft de vader zelfstandig verzocht een zorgregeling tussen de man en de kinderen vast te stekken, waarbij de kinderen bij de man zullen zijn:
  • om de week van vrijdagmiddag uit school tot zondagmiddag 16.00 uur;
  • in de tussenliggende week op woensdagmiddag uit school tot donderdagochtend naar school;
  • de helft van de vakanties en feestdagen in onderling overleg te bepalen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaar verklaring bij voorraad.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft alles wat bij de vorige beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen en beslist.
Raadsrapport van 20 november 2025
De Raad is van mening dat de moeder begeleiding nodig heeft bij het omgaan met het gedrag en de gevoelens van de kinderen en op welke manier zij haar samengestelde gezin kan vormgeven met betrokkenheid van de vader. De moeder staat open voor hulpverlening, maar zij blijft weerstand bieden in het volledig erkennen van de rol van de vader in het leven van de kinderen. De Raad stelt dat de vader zijn best doet tijdens de begeleide bezoeken, maar daarnaast veel frustratie over de moeder blijft uiten naar de kinderen. De Raad is van mening dat de vader de juiste hulpverlening en ouderbegeleiding moet krijgen om het uiten van deze negativiteit naar de kinderen onder controle te krijgen.
De Raad is van mening dat contact tussen [minderjarige 2] en de vader op dit moment een ernstig nadeel oplevert voor haar algehele en evenwichtige ontwikkeling. Contactherstel blijft het uiteindelijke doel en hierin is dan ook van belang dat de moeder de vader elke maand informeert over de behandeling, zodat hij weet hoe het gaat met [minderjarige 2] . De Raad adviseert de rechtbank dan ook geen contact te laten plaatsvinden tussen [minderjarige 2] en de vader op dit moment.
De Raad stelt dat er in het vorige rapport van 27 december 2024 naar voren is gekomen dat de band tussen [minderjarige 1] en de vader goed lijkt te zijn tijdens het begeleid contact. De Raad betreurt dan ook dat dit contact zich door praktische redenen niet heeft kunnen voortzetten. Hoewel [minderjarige 1] op dit moment weerstand uit tegen het contact met de vader, is de Raad van mening dat het van belang is dat de omgeving (begeleid contact en casusregie) en omstandigheden (emotionele toestemming van de moeder) hierin dienen te verbeteren en [minderjarige 1] deze gevoelens leert te plaatsen, ook met betrekking tot de verschillende situaties van hem en [minderjarige 2] . Het contact is nog in opbouw en de kans om zijn vader te leren kennen en een band met hem op te bouwen, moet hem niet ontnomen worden. De Raad adviseert dan ook om een voorlopige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen, inhoudende dat [minderjarige 1] zijn vader ziet onder begeleiding van RondomJou, waarbij wordt toegewerkt naar een voorlopig begeleid contact van vier uur per week en waarbij de duur en frequentie wordt bepaald door RondomJou. De Raad adviseert om het vaststellen van een definitieve zorgregeling aan te houden in afwachting van een direct rapport van RondomJou.
Verdeling van de zorg en opvoedingstaken
Wettelijk kader
In het tweede lid van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een regeling kan vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan onder meer een toedeling aan ieder der ouders van de zorg- en opvoedingstaken (zorgregeling) omvatten.
Inhoudelijke beoordeling
In het aanvullend rapport van de Raad is op pagina 18 in antwoord op de vraag:
Wat moet er voor [minderjarige 2] en [minderjarige 1] gebeuren om de zorgen voor het veilig opgroeien in de contact van de scheiding weg te nemen,aangegeven dat er aan – onder meer – de volgende doelen gewerkt zou moeten worden:
  • [minderjarige 2] en [minderjarige 1] groeien op met twee ouders die van hen houden, bij hun behoeften kunnen aansluiten, hierover samen als ouders kunnen afstemmen en de kinderen kunnen ondersteunen in het hebben van onbelast contact met de andere ouder. Dit betekent dat de kinderen de emotionele ruimte voelen om van beide ouders te houden. (..)
  • (..)
  • Moeder heeft een ouderrelatie met vader. Hiervoor is het nodig dat zij vader erkent in het leven van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] door positieve herinneringen aan hem op te halen zodat zij hem kunnen accepteren ondanks de fouten die hij in de ogen van de kinderen gemaakt heeft. (..)
  • [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben een vader die op de hoogte is van hoe hun ontwikkeling verloopt en actief informatie opvraagt. Vader krijgt hiervoor ouderbegeleiding.
  • [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weten op welke manier zij hun gevoelens kwijt kunnen mbt vader en op welke manier zij in contact kunnen komen met vader wanneer zij dei behoefte voelen. Hiermee behouden zij regie op hun eigen grenzen, maar is de stap naar vader open.
  • Vader verwerkt zijn gevoelens richting moeder om zo afsluiting te vinden in de relatie en zicht e kunnen richtingen op zijn eigen leven en het ouderschap. Hierbij is ondersteuning van een ouderbegeleider of een psycholoog van belang.
  • Vader is betrokken bij de behandeling van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] en het herstellen van contact. Hierbij kan gedacht worden aan systeemtherapie.
De rechtbank leidt hieruit af dat voor een veilig herstel van het contact van eminent belang is dat de ouders het eindigen van hun relatie als partners accepteren en achter zich kunnen laten en elkaar in hun rol als ouders kunnen accepteren. Uit de stukken en wat partijen op de zitting hebben verteld is het de rechtbank gebleken dat dit niet tot de mogelijkheden behoort. De vader denkt dat als de omgang met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] maar tot stand komt dat daarmee alle problemen voorbij zijn. De vader geeft aan geen hulp nodig te hebben bij het afsluiten van de ex-partnerrelatie met de moeder en haar te accepteren als moeder van hun kinderen. Hij verwijt de moeder ontrouw en het moedwillig verbannen van hem uit het leven van de kinderen.
De moeder heeft traumatische herinneringen aan haar relatie met de vader, benoemt deze keer op keer en kan niet met de vader om tafel. Het lukt haar niet de vader als volwaardig ouder van de kinderen accepteren. Dit betekent dat een belangrijk doel om de veiligheid voor de kinderen in de echtscheidingsrelatie niet kan worden bereikt.
De vraag waar de rechtbank zich voor gesteld ziet is hoe herstel van het contact tussen de kinderen en de vader mogelijk is in die situatie.
[minderjarige 2] heeft al drie jaar geen contact met haar vader. Zij is vasthoudend in haar mening dat zij geen contact wil. Ze heeft geen enkele fijne herinnering aan de tijd dat het gezin nog bij elkaar was. Ze heeft last van het gedrag dat [minderjarige 1] thuis laat zien voorafgaand aan elk begeleid omgangsmoment. Bij [minderjarige 1] is gebleken dat het contact met de vader – na een moeizame start – tijdens omgang goed is. De reactie van [minderjarige 1] voorafgaand aan die begeleide omgangsmomenten en daarna zijn daarentegen zorgelijk. [minderjarige 1] ervaart veel stress en laat psychosomatische klachten zien. Ook op school wordt dit waargenomen. In gesprekken geeft [minderjarige 1] aan bang te zijn, nare herinneringen te hebben aan zijn vader en niet naar de omgang te willen. School ziet ook dat [minderjarige 1] niet goed in zijn vel zit. Hij deed mee met de hoofbegaafheidsklas en is daarmee gestopt omdat hij zich niet kan concentreren. Op de zitting heeft RoJ meegedeeld dat bij [minderjarige 1] sprake is van een groot loyaliteitsprobleem. Het is onduidelijk of de negatieve herinneringen van [minderjarige 1] over zijn vader uit eigen ervaring zijn of dat hij die van anderen heeft gehoord. Het contact met de vader is in het moment goed maar gaat ervoor en erna gepaard met veel stress bij [minderjarige 1] .
De Raad heeft op de zitting erop gewezen dat er is gekeken hoe de zorgen bij de kinderen in het belang van hun ontwikkeling kunnen worden weggenomen. Daar is veel hulpverlening voor ingezet. Deze hulp kan ouders niet dwingen om het beeld over elkaar te veranderen en de vraag is of deze ouders dat ook echt kunnen.
De rechtbank stelt vast dat er bij [minderjarige 2] geen enkele ingang is om het contact met de vader te herstellen, ook na jaren therapie niet. Bij [minderjarige 1] is duidelijk sprake van loyaliteitsproblematiek. Na drie jaar intensieve hulpverlening, waaronder begeleide omgang, is er in het systeem van deze ouders niets veranderd. Het ontbreekt bij hen aan motivatie om hierin zelf iets te veranderen en zij zijn hierin niet leerbaar. In deze situatie zitten [minderjarige 2] en [minderjarige 1] klem tussen hun ouders en ziet de rechtbank geen mogelijkheden meer om de contact tussen hen en de vader op een onbelaste manier te laten plaatsvinden. De rechtbank zal daarom geen zorgregeling vaststellen. Nu de rechtbank bij deze eindbeschikking geen zorgregeling vaststelt, betekent dit ook dat de in de tussenbeschikking van 21 maart 2025 vastgelegde begeleide omgang komt te vervallen.
Vervangende toestemming behandeling psycholoog
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a BW kunnen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag op verzoek van (één van) de ouders aan de rechtbank worden voorgelegd. Het is niet gelukt om tot een vergelijk tussen de ouders te komen, zodat de rechtbank een zodanige beslissing zal nemen als haar in het belang van [minderjarige 1] wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
Zoals uit wat hiervoor is overwogen blijkt heeft [minderjarige 1] te kampen met loyaliteitsproblematiek, stress en negatieve herinneringen. School heeft RoJ verzocht om [minderjarige 1] eerst te laten verwerken van wat er nog van vroeger aan emoties bij hem zit. RoJ heeft geadviseerd om ook voor [minderjarige 1] een traject bij Youz te starten, waarbij [minderjarige 1] psychologische behandeling krijgt.
De vader staat niet achter dit traject omdat [minderjarige 2] eenzelfde traject heeft en dit niet heeft geleid tot contactherstel. De vader vermoedt dat de moeder hier al van meet af aan op aanstuurt om de kinderen uit het leven van de vader te krijgen.
De rechtbank zal de vervangende toestemming voor psychologische behandeling voor [minderjarige 1] toewijzen, omdat dit in zijn belang is. Vast staat dat [minderjarige 1] kampt met psychosomatische klachten, stress en negatieve herinneringen aan zijn vader en dat deze klachten zijn ontwikkeling schaden. De gedragswetenschapper van RoJ acht een traject bij Youz aangewezen.

Beslissing

De rechtbank:
*
wijst af de door de moeder en de vader verzochte zorgregelingen;
*
verleent toestemming aan de moeder, welke toestemming die van de vader vervangt, om [minderjarige 1] onder behandeling te stellen van een aan RondomJou c.q. Youz verbonden psycholoog;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2026.