Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7103

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
NL24.19732-V
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen proceskostenveroordeling in vreemdelingenrecht ongegrond verklaard

Deze uitspraak betreft het verzet van de minister van Asiel en Migratie tegen een eerdere uitspraak van 19 augustus 2024, waarin de minister werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €437,50 aan de verzoeker. De minister stelde dat er geen procesbelang bestond omdat ten onrechte artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was toegepast en dat er onvoldoende gelegenheid was geweest om te reageren op een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De rechtbank oordeelt dat het procesbelang wel aanwezig blijft zolang er geen besluit is genomen, ook als een dwangsom nog niet volledig is verbeurd, en dat dit ook geldt voor vreemdelingenrechtelijke zaken. De rechtbank stelt vast dat de minister geen verzoek heeft gedaan om te worden gehoord en dat er voldoende tijd was om te reageren op de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2022.

De rechtbank concludeert dat het verzet ongegrond is en bevestigt de uitspraak van 19 augustus 2024. Omdat er geen twijfel bestond over de uitkomst, is de uitspraak toen zonder zitting gedaan, wat conform artikel 8:54 Awb Pro is toegestaan. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzet van de minister wordt ongegrond verklaard en de eerdere proceskostenveroordeling blijft in stand.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.19732-V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
de minister van Asiel en Migratie,de minister, opposant, (gemachtigde: F.P. Dalhuizen),

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzet dat opposant heeft ingediend tegen de uitspraak van 19 augustus 2024 in zaak NL24.19732.
In deze uitspraak heeft de rechtbank de minister veroordeelt in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag € 437,50.
Opposant is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.

Overwegingen

Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er daarom geen zitting nodig was.
Volgens opposant is de uitspraak van de rechtbank van 19 augustus 2024 niet juist, omdat de rechtbank opposant onvoldoende gelegenheid heeft geboden om zijn standpunt naar voren te brengen en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag of er voldoende procesbelang bestond bij het opvolgende beroep van eiser. Dit alles zorgt volgens opposant ervoor dat de rechtbank ten onrechte artikel 8:54 Awb Pro heeft toegepast op de uitspraak van 19 augustus 2024.
Opposant stelt verder dat er geen procesbelang heeft bestaan, omdat ten onrechte toepassing is gegeven aan artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Hiernaast voert opposant aan dat er geen gelegenheid is gegeven door de rechtbank om te reageren op de uitspraak van 15 juni 2022 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling).1 In het
1. Zie hiervoor: ECLI:NL:RVS:2022:1683.
verzetschrift van 5 september 2024 voert opposant aan dat opvolgende beroepen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard, indien de maximale dwangsom nog niet is volgelopen.
5. In wat opposant aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat er geen procesbelang bestaat, het beroep daarom niet-ontvankelijk is en er geen gelegenheid was voor opposant om te reageren op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling.
6. De rechtbank volgt niet het betoog van opposant dat er geen procesbelang bestaat zolang de rechterlijke dwangsom niet is volgelopen. De rechtbank stelt hierbij vast dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bij het niet tijdig-nemen van een besluit procesbelang in beginsel blijft bestaan, zolang er geen besluit is, ook als een eerder opgelegde dwangsom nog niet volledig is verbeurd.2 Dat dit voor vreemdelingenrechtelijke zaken anders zou zijn, volgt de rechtbank niet. Dit blijkt niet uit de uitspraken van de Afdeling.
7. Verder is het de rechtbank niet gebleken dat opposant heeft verzocht om de gelegenheid om te reageren op de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2022. Daarbij komt dat deze uitspraak al drie en een half jaar geleden is bekendgemaakt, zodat er genoeg tijd en ruimte bestond aan de kant van opposant om hierop te reageren. Daarbij merkt de rechtbank op dat geopposseerde het beroep heeft ingetrokken omdat er inmiddels een besluit was genomen, waarbij hij heeft verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft opposant in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Dat de rechtbank in de uitspraak van 19 augustus 2024, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 15 juni 2022, opposant niet heeft gevolgd in zijn standpunt dat er geen plaats was voor een proceskostenvergoeding omdat volgens opposant geen procesbelang bestond, betekent niet dat opposant niet de gelegenheid heeft gehad zijn standpunt naar voren te brengen en daarbij in te gaan op de genoemde uitspraak van de Afdeling.

Conclusie

8. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 19 augustus 2024 in stand blijft.

Beslissing

De rechtbank
- verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier
.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
27 februari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen de uitspraak over het verzet kunt u niet in hoger beroep.