ECLI:NL:RBDHA:2026:7228
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiseres uit Syrië heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 9 februari 2025 en moest in beginsel binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 9 augustus 2026 lag.
Eiseres stelde de minister op 13 februari 2026 in gebreke, maar dit was prematuur omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een ingebrekestelling pas worden gedaan nadat de beslistermijn is overschreden. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding om een bestuurlijke dwangsom vast te stellen omdat het beroep niet ontvankelijk was. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Loman en griffier A.W. van Eerden, zonder dat een zitting nodig was.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.