ECLI:NL:RBDHA:2026:7239
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsaanvraag familie- en gezinsleven wegens onvoldoende motivering
Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, heeft een herhaalde aanvraag ingediend voor verblijf in Nederland met het verblijfsdoel 'familie en gezin' bij referente, die de Nederlandse nationaliteit bezit. De minister wees deze aanvraag af, stellende dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat er sprake was van een duurzame en exclusieve relatie en dat eiseres onlosmakelijk deel uitmaakt van het gezin. De rechtbank hield kindgesprekken met de minderjarige kinderen van referente en beoordeelde het beroep op basis van de aangevoerde beroepsgronden.
De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte heeft afgezien van een nieuwe beoordeling op grond van artikel 4:6, tweede lid, Awb, omdat eiseres nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die niet eerder konden worden overgelegd. De verklaringen van een leidinggevende en de schooldirecteur tonen aan dat eiseres een actieve rol vervult in het leven van de kinderen, wat onvoldoende is meegewogen door de minister.
Voorts constateert de rechtbank dat de minister in het eerdere besluit een onjuist toetsingskader hanteerde door te focussen op daadwerkelijke zorg- en opvoedtaken in plaats van op het bestaan van hechte en persoonlijke banden, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro. De belangen van de kinderen zijn onvoldoende in kaart gebracht, hetgeen ook door de minister is erkend. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met deze overwegingen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de minister wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.