ECLI:NL:RBDHA:2026:7299
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet voldoen middelenvereiste en termijnoverschrijding
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af te wijzen. De aanvraag betrof verblijf bij een familie- of gezinslid, de referent. De minister wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de wettelijke nareistermijn van drie maanden was ingediend en omdat de referent niet voldeed aan het middelenvereiste.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding van drie maanden niet verschoonbaar was, mede omdat de referent geen initiatief had genomen om de aanvraag tijdig in te dienen na het vertrek van zijn contactpersoon bij VluchtelingenWerk. Ook het argument dat de referent meerdere contactpersonen had, was onvoldoende om de termijnoverschrijding te rechtvaardigen.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat de referent niet zelfstandig en duurzaam over voldoende middelen van bestaan beschikte, zoals vereist op grond van artikel 16 Vreemdelingenwet Pro 2000 en het Vreemdelingenbesluit. De referent had flexibele arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en ontving slechts aanvullende bijstand, waardoor zijn inkomen niet stabiel en duurzaam was. De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat het middelenvereiste terecht was toegepast als zelfstandige afwijzingsgrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege niet-naleving van het middelenvereiste en overschrijding van de nareistermijn.