Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
van de verdediging, in het engels, een toelichting op het belang van de verdediging bij de niet-geanonimiseerde versie van dit specifieke stuk en de noodzaak voor (niet eens: het verdedigingsbelang bij) het opheffen of wijzigen van de beschermingsmaatregel. Dat wekt de schijn van vooringenomenheid.
3.De beoordeling
27 november 2025 over eerdere verdenkingen en veroordelingen van deze getuigen. De rechter-commissaris wekt daarmee naar het oordeel van de wrakingskamer niet de suggestie dat de verdediging willens en wetens zou hebben gelogen. Daar komt bij dat later is gebleken dat een en ander heeft berust op een misverstand, omdat uit de e-mail van 20 mei 2025 blijkt dat de getuigen (wel) veroordeeld waren, en de verdediging en achteraf gezien ook de rechter-commissaris daarvan op de hoogte waren. Dit misverstand valt te betreuren, maar al met al ziet de wrakingskamer in hetgeen is opgenomen in het proces-verbaal van bevindingen geen grond voor wraking van de rechter-commissaris.
4.De beslissing
- de verzoeker p/a zijn advocaten;
- de rechter-commissaris;
- de officieren van justitie in de hoofdzaak.
19 maart 2026 en waarvan deze uitwerking is vastgesteld op 30 maart 2026.