Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7319

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
09-067698-25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 77a SrArt. 77g SrArt. 77m SrArt. 77n Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor gekwalificeerde opzetverkrachting met dwang en geweld

De rechtbank Den Haag heeft op 23 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een minderjarige verdachte die werd verdacht van gekwalificeerde opzetverkrachting van een slachtoffer op 6 oktober 2024 in het Uithofpark te 's-Gravenhage. De verdachte heeft seksuele handelingen verricht waarbij hij met zijn vingers de vagina van het slachtoffer binnendrong en zijn stijve penis tegen de billen duwde, terwijl het slachtoffer dit niet wilde. De verkrachting werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd door dwang en geweld, waaronder vastpakken, naar beneden trekken van kleding, op de grond gooien, schoppen, knijpen en slaan.

De rechtbank heeft het bewijs zorgvuldig gewogen, waaronder verklaringen van het slachtoffer, getuigen en DNA-onderzoek van een condoom. Hoewel niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte met zijn penis de vagina binnendrong, is wel bewezenverklaard dat hij met zijn vingers binnendrong en de overige seksuele handelingen verrichtte. De geweldshandelingen zijn eveneens bewezen verklaard.

De verdachte is strafbaar bevonden en veroordeeld tot 104 dagen jeugddetentie waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een taakstraf van 100 uur. De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, het letsel van het slachtoffer, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn zwakbegaafdheid en positieve ontwikkeling, en het advies van deskundigen en de Raad voor de Kinderbescherming. De verdachte moet zich melden bij de jeugdreclassering en meewerken aan begeleiding door een coach.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 104 dagen jeugddetentie (waarvan 60 voorwaardelijk) en 100 uur taakstraf voor gekwalificeerde opzetverkrachting met dwang en geweld.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken
Parketnummer: 09-067698-25
Datum uitspraak: 23 maart 2026
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Den Haag in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

De strafzaak tegen de verdachte is behandeld op de besloten terechtzitting van 9 maart 2026.
De officier van justitie in deze zaak is mr. A. Briejer en de raadsman van de verdachte is
mr. P.H.W. Spoelstra te Gouda. De verdachte is op de terechtzitting verschenen.

2.De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort gezegd, op neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting van [slachtoffer] , gepleegd op 6 oktober 2024.
De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3.De bewijsbeslissing

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft partiële vrijspraak bepleit, voor zover dit ziet op het brengen van de penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen.
Op specifieke (bewijs)verweren van de raadsman zal hierna - voor zover relevant - nader worden ingegaan.
3.3
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft in de bijlage de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden opgenomen.
3.4
Bewijsoverwegingen
De verdachte wordt verdacht van gekwalificeerde opzetverkrachting van [slachtoffer] op 6 oktober 2024 te ’s-Gravenhage.
Feiten en omstandigheden
Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat de verdachte op 6 oktober 2024 met een aantal vrienden naar het Uithofpark in ‘s-Gravenhage is gegaan. Een van deze vrienden is de vriend van [slachtoffer] en deze vriend heeft daar seks met [slachtoffer] gehad. De verdachte heeft verklaard dat hij naar het park was gegaan met het plan om seks te hebben met [slachtoffer] en dat hij ook groepsdruk voelde om seks te hebben met haar. De verdachte is naar [slachtoffer] gegaan kort nadat zij seks met haar vriend had. De vriend van [slachtoffer] is toen weggegaan. De verdachte heeft [slachtoffer] vastgepakt en vervolgens tegen haar wil seksuele handelingen bij haar verricht. De verdachte heeft verklaard dat hij wist dat [slachtoffer] dit niet wilde. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij heeft gevoeld dat de verdachte in haar vagina is geweest met zijn penis. De verdachte heeft bekend dat hij met zijn hand en vingers de vagina van [slachtoffer] heeft aangeraakt. Of hij daarbij in de vagina van [slachtoffer] is geweest weet hij niet, maar dat zou wel kunnen. Hij ontkent dat hij in de vagina van [slachtoffer] is geweest met zijn penis. De verklaringen van [slachtoffer] en de verdachte lopen uiteen ten aanzien van welke seksuele handelingen zijn verricht en welk geweld door de verdachte is gebruikt.
Seksueel binnendringen
Uit het dossier blijkt dat op de plaats delict een gebruikt condoom is aangetroffen. Dit condoom is onderzocht op DNA-sporen. Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut blijkt dat aan de binnenzijde van het condoom een grote hoeveelheid DNA is aangetroffen van de verdachte en een relatief kleine hoeveelheid DNA van [slachtoffer] . Aan de buitenzijde van het condoom is DNA van [slachtoffer] aangetroffen; er zijn aanwijzingen dat het daarbij om vaginale cellen gaat.
De verdachte heeft verklaard dat hij op enig moment een condoom om zijn penis heeft gedaan en hij met zijn penis [slachtoffer] heeft aangeraakt bij haar kont. De verdachte wilde ook zijn penis in de vagina van [slachtoffer] brengen, maar op dat moment kwamen er twee jongens aan. De verdachte heeft [slachtoffer] vervolgens een klap in haar gezicht gegeven en is weggerend.
[slachtoffer] heeft verklaard dat er een worsteling was waarbij zij door de verdachte is vastgehouden en hij haar broek en onderbroek naar beneden heeft getrokken. Ook getuige [getuige 1] heeft verklaard over deze worsteling. Hij heeft verklaard dat hij de verdachte van [slachtoffer] heeft weggeduwd en dat de verdachte daarop reageerde door te zeggen dat hij haar nog niet geneukt had en vervolgens wegrende. Dit ondersteunt de verklaring van de verdachte dat hij op dat moment nog niet met zijn penis in de vagina van [slachtoffer] was geweest.
Niet kan worden uitgesloten dat wat [slachtoffer] heeft gevoeld niet de penis van verdachte is geweest, maar zijn vinger(s). Daarbij komt dat de resultaten van het DNA-onderzoek kunnen passen bij de verklaring van de verdachte dat hij [slachtoffer] met zijn hand heeft aangeraakt in/rondom haar vagina, een condoom heeft omgedaan bij zichzelf, zijn penis bij [slachtoffer] wilde inbrengen en zijn penis op de kont van [slachtoffer] heeft gehouden. Daarbij is volgens het slachtoffer ook sprake geweest van een worsteling. Door deze handelingen is mogelijk het DNA van [slachtoffer] op de buitenzijde van het condoom is terechtgekomen.
De rechtbank vindt dat, gelet op het bovenstaande, onvoldoende vaststaat dat de verdachte met zijn penis in de vagina van [slachtoffer] is geweest. Voor dit deel van de tenlastelegging is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden. De rechtbank zal de verdachte daarom vrijspreken van het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] met zijn penis.
De rechtbank komt wel tot een bewezenverklaring van het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] door verdachte met zijn vingers. [slachtoffer] heeft expliciet verklaard dat de verdachte in haar vagina is geweest en de verdachte heeft verklaard dat dit zijn vingers kunnen zijn geweest.
Geweldshandelingen
Ten aanzien van de geweldshandelingen heeft [slachtoffer] verklaard dat zij door de verdachte werd vastgepakt en dat hij zei: ‘ga je meedoen/meewerken of niet’. [slachtoffer] riep dat de verdachte haar los moest laten en dat zij naar huis wilde. Zij probeerde zichzelf los te maken uit de greep van de verdachte, maar dit lukte niet. Vervolgens heeft de verdachte de broek en de onderbroek van [slachtoffer] naar beneden getrokken. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij door de verdachte op de grond is gegooid en dat hij zijn benen op haar rug heeft geduwd. Zij voelde vervolgens dat de verdachte meerdere keren in haar vagina is geweest. [slachtoffer] is vervolgens geslagen, geschopt en geknepen door de verdachte. Ook heeft de verdachte [slachtoffer] geslagen met een vuist, waardoor zij een wond op haar voorhoofd heeft opgelopen.
De verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer] één klap tegen haar gezicht heeft gegeven op het moment dat de twee jongens eraan kwamen.
De rechtbank stelt vast dat de verklaring van [slachtoffer] over de (gewelds)handelingen op belangrijke punten steun vindt in de getuigenverklaringen. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij [slachtoffer] ‘nee’ hoorde roepen en dat hij heeft gezien dat de verdachte de broek van [slachtoffer] naar beneden probeerde te trekken, terwijl zij haar broek omhoog probeerde te houden. Ook heeft hij gezien dat de verdachte een vuistslag tegen het gezicht van [slachtoffer] gaf. Getuige [getuige 2] heeft ook verklaard dat hij [slachtoffer] hoorde roepen “Nee, niet doen. Stop” en iets wat leek op “Ik ken jou niet”. Hij zag dat de verdachte [slachtoffer] meerdere klappen gaf en dat zij door de verdachte op de grond werd gegooid. Getuige [getuige 3] heeft verklaard dat hij bij de verdachte bloed op zijn hand zag en heeft hem gevraagd wat er was gebeurd. De verdachte heeft daarop gezegd dat hij [slachtoffer] had geslagen.
Verder blijkt uit de bewijsmiddelen dat [slachtoffer] na het incident een blauwe plek had op haar bovenarm en een wond op haar voorhoofd. Haar gezicht en kleding zaten zichtbaar onder het bloed. De aard van het letsel dat [slachtoffer] heeft opgelopen sluit aan bij de geweldshandelingen waarover zij en verschillende getuigen hebben verklaard. Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank het onaannemelijk dat de verdachte het slachtoffer slechts één klap met een vlakke hand in haar gezicht heeft gegeven en dat de wond in haar gezicht is ontstaan doordat zij met haar hoofd ergens tegenaan is gevallen. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van de geweldshandelingen zoals tenlastegelegd.
Conclusie
De rechtbank acht op basis van de gebruikte bewijsmiddelen het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en komt daarmee tot een bewezenverklaring van opzetverkrachting die vooraf is gegaan door, vergezeld van en gevolgd door dwang en geweld.
3.5
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
hij op 6 oktober 2024 in het Uithofpark te 's-Gravenhage met een persoon, te weten [slachtoffer] , seksuele handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- meermaals zijn vingers, althans hand tegen de vagina van die [slachtoffer] te brengen en houden,
- met zijn vinger(s) in de vagina en tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] te brengen en houden en bewegen,
- met zijn stijve penis tegen de billen van die [slachtoffer] te duwen
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en gevolgd door dwang en geweld, door
- die [slachtoffer] met kracht vast te pakken en haar de woorden toe te voegen: "ga je meewerken/meedoen of niet?",
- de broek en onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden te trekken,
- die [slachtoffer] op de grond te gooien,
- zijn, verdachtes, benen op de rug van die [slachtoffer] te duwen,
- die [slachtoffer] tegen haar lichaam te schoppen en knijpen in haar armen en met zijn vuist tegen haar hoofd te slaan en
- het onverhoeds aanraken van die [slachtoffer] en het herhaaldelijk doorgaan met voornoemde seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer] herhaaldelijk zei dit niet te willen en zei dat verdachte haar los moest laten en tegenstribbelde.

4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De op te leggen straffen

6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 244 dagen, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De officier van justitie heeft gevorderd daarvan een gedeelte van 200 dagen voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde begeleiding van een coach. De officier van justitie heeft daarnaast een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen jeugddetentie, gevorderd.
6.2
Het standpunt van de verdediging
Gelet op de aard van het delict kan de verdediging zich vinden in de forse strafeis van de officier van justitie. De raadsman heeft er echter ook vertrouwen in dat het zonder een voorwaardelijke straf goed blijft gaan met de verdachte.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit het rapport en tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
De verdachte heeft seksuele handelingen verricht bij het slachtoffer, waarbij hij geweld heeft gebruikt om dit te kunnen doen. Het slachtoffer heeft aangegeven dit niet te willen en ook geprobeerd weg te komen door zich los te worstelen. De verdachte zelf heeft ook verklaard dat hij zeker wist dat zij geen seks met hem wilde hebben. Hij heeft verder verklaard dat hij met zijn penis bij het slachtoffer naar binnen wilde gaan, maar dat dit niet is gebeurd omdat er twee jongens bijkwamen. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij voorbijgegaan is aan het feit dat het slachtoffer duidelijk maakte dat zij dit niet wilde en dat hij daarbij alleen zijn eigen belang voorop heeft gesteld. Door het geweld dat de verdachte heeft gebruikt tegen het slachtoffer (dat onder andere bestond uit het knijpen, slaan en schoppen van het slachtoffer) heeft zij ook letsel opgelopen. Zo is op de foto’s te zien dat het slachtoffer een wond op haar gezicht had waardoor haar gezicht, haren en jas onder het bloed zaten. Door zijn handelen heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op het recht van het slachtoffer om zelf te kunnen en mogen bepalen met wie zij seks heeft of seksuele handelingen wil verrichten. Het is algemeen bekend dat slachtoffers die tegen hun zin in seks hebben gehad of seksuele handelingen hebben moeten ondergaan, daar nog heel lang negatieve gevolgen van ervaren.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 27 januari 2026, waaruit blijkt dat aan hem in december 2025 een strafbeschikking is opgelegd. Artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht is daarom van toepassing. De verdachte is niet eerder veroordeeld voor vergelijkbare feiten.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van [naam] (GZ-psycholoog) van 2 juli 2025. Daaruit volgt - kort samengevat - dat bij de verdachte geen sprake is van een psychische stoornis. Wel is sprake van verminderde verstandelijke vermogens in de vorm van zwakbegaafdheid. Dit kan ertoe leiden dat de verdachte minder zicht heeft gehad op de gevolgen van zijn gedrag en dat het moeilijker is voor hem om alternatieven voor zijn gedrag te bedenken. Hierdoor kan sprake zijn geweest van minder remming en meer impulsiviteit. Gelet op de ontkenning van de verdachte onthoudt de deskundige zich van het geven van een advies over de toerekenbaarheid. Waar het gaat om het recidiverisico geldt dat sprake is van een laag tot laag-matig risico op een zedendelict. Daarbij zijn er enige zorgen over het niet kunnen spreken over seksuele gevoelens en hoe dit op een goede manier kan worden vormgegeven. Daarnaast worden verschillende beschermende factoren gezien. Het gezin van de verdachte is actief betrokken en zet zich in voor de behandeling en toekomst van de verdachte. Daarnaast werkt de verdachte goed mee aan de behandeling en de begeleiding. Gelet op de onderliggende beïnvloedbaarheid van de verdachte, de sociale contacten met jongeren die over kunnen gaan tot grensoverschrijdend gedrag, zijn geringe coping-vaardigheden en externalisering is begeleiding gewenst. Daarbij is het noodzakelijk dat er aandacht blijft voor het praten over zijn (seksuele) gevoelens. De reeds ingezette MST-behandeling en de begeleiding van een coach kunnen zich hierop richten. De regie vanuit de jeugdreclassering kan ervoor zorgen dat de begeleiding tijdig wordt bijgestuurd waar nodig en er verbinding wordt gelegd tussen de school, het gezin en de hulpverleners. Geadviseerd wordt om deze begeleiding als bijzondere voorwaarde op te nemen bij een deels voorwaardelijke straf.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 26 februari 2026 en de mondelinge toelichting die daarop door de deskundige ter terechtzitting is gegeven. Daaruit volgt - kort samengevat - dat het recidiverisico wordt ingeschat op midden. Er worden primair beschermende factoren gezien. De risicofactoren zijn gelegen in de domeinen relaties en geestelijke gezondheid. De afgelopen periode heeft de verdachte gebroken met jongeren die hem negatief beïnvloeden en hij heeft nu een vriendengroep waar hij positief contact mee heeft. Gedurende zeven maanden heeft de verdachte intensieve behandeling gevolgd bij de Viersprong. Dit traject, waarbij de verdachte vaardigheden heeft aangeleerd die hem helpen de kans op recidive te verlagen en zich positief verder te ontwikkelen, is succesvol afgesloten. De inschatting is dat het recidiverisico door deze intensieve behandeling is verkleind. De verdachte heeft aangegeven graag excuses te willen maken aan het slachtoffer. Hiervoor is een aanmelding voor herstelbemiddeling gedaan, maar het slachtoffer is daar nog niet aan toe. Mede vanwege hun cultuur is het voor het gezin lastig om over thema’s zoals relaties en seksualiteit te praten. Er moet blijvend aandacht zijn voor deze onderwerpen om ervoor te zorgen dat de verdachte zich op een positieve manier kan ontwikkelen en de kans op recidive te verkleinen. Gelet daarop vindt de Raad de begeleiding door een coach heel belangrijk. De Raad vindt het noodzakelijk om de verdachte vaardigheden aan te leren in het aangaan van positieve contacten met leeftijdsgenoten en (vriendschaps)relaties. Dit kan mede door de inzet van een coach die praktisch met hem aan de slag gaat in een sociale context. Gelet daarop adviseert de Raad een onvoorwaardelijke jeugddetentie, gelijk aan het voorarrest, met eventueel een voorwaardelijk deel en daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf.
De deskundige van de William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering heeft ter terechtzitting naar voren gebracht dat de verdachte zich altijd goed aan de afspraken heeft gehouden. Er is MST-behandeling ingezet waaraan het hele gezin heeft meegewerkt en deze behandeling is positief afgerond. Als het netwerk van de verdachte goed betrokken blijft, wordt geen recidive verwacht. Bij de verdachte is sprake van schaamte en verdriet naar onder andere zijn familie en zichzelf. Gezien wordt dat hij bewust bezig is met de gevolgen en effecten die zijn handelen heeft gehad. Een voorwaardelijke straf is niet nodig. Vanuit de jeugdreclassering is er vertrouwen dat de begeleiding van een coach vanuit de reguliere hulpverlening voldoende is.
Strafmodaliteit en strafmaatGelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit zou een geheel onvoorwaardelijke jeugddetentie in beginsel passend zijn. Maar de rechtbank vindt dat de persoonlijke omstandigheden en positieve ontwikkeling van de verdachte reden zijn om hier van af te wijken. De verdachte heeft al een intensieve MST-behandeling ondergaan. De rechtbank houdt ook rekening met de jonge leeftijd van de verdachte en met de omstandigheid dat hij zich heeft gehouden aan alle afspraken.
Op grond van al het voorgaande vindt de rechtbank in deze situatie een jeugddetentie voor de duur van 104 dagen, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht (44 dagen), waarvan 60 dagen voorwaardelijk en een werkstraf van 100 uur passend en geboden. De rechtbank verbindt aan het voorwaardelijke gedeelte van de straf een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden van een meldplicht en begeleiding van een coach. De jeugdreclassering heeft toegelicht dat het heel belangrijk is dat de verdachte een coach blijft hebben. Omdat de begeleiding van een coach niet zonder het toezicht van de jeugdreclassering als bijzondere voorwaarde kan worden opgelegd, zal de rechtbank beide voorwaarden opnemen zodat de begeleiding van de coach door kan blijven lopen.

7.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:
63, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 243 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8.De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven in paragraaf 3.5 bewezen is verklaard en kwalificeert dit als:
gekwalificeerde opzetverkrachting;
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;
straffen
veroordeelt de verdachte tot:
een
jeugddetentievoor de duur van
104 (HONDERDENVIER) DAGEN;
beveelt dat de tijd (44 dagen), door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, groot
60 (ZESTIG) DAGEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
1. zich gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken;
2. gedurende de proeftijd meewerkt aan de begeleiding van een coach, door de jeugdreclassering te bepalen, en zich houdt aan de afspraken die daarbij met hem worden gemaakt;
geeft opdracht aan William Schrikker Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, een gecertificeerde instelling die jeugdreclassering uitvoert, om toezicht te houden op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen
aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld
in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden
toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek
van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de
jeugdreclassering, zo vaak en zo lang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht,
daaronder begrepen;
veroordeelt de verdachte voorts tot:
een
taakstraf, bestaande uit een
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
100 (HONDERD) UREN;
beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van
50 (VIJFTIG) DAGEN;
het bevel tot voorlopige hechtenis
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de veroordeelde.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.J.L van der Waals, kinderrechter, voorzitter,
mr. E.E. Schotte, kinderrechter,
en mr. C.M. Koole, kinderrechter,
in tegenwoordigheid van mr. L.B.M.A. Roozen, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 maart 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 6 oktober 2024 (in het Uithofpark) te 's-Gravenhage met een persoon, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- meermaals, althans eenmaal met zijn (vinger(s), althans hand over/tegen de vagina van die [slachtoffer] te brengen en/of houden,
- met zijn (stijve) penis en/of vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] te brengen en/of houden en/of bewegen,
- met zijn (stijve) penis tegen de billen van die [slachtoffer] te duwen terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer] daartoe de wil ontbrak en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- die [slachtoffer] (met kracht) (bij haar nek) vast te pakken en/of haar de woorden toe te voegen: "ga je meewerken/meedoen of niet?",
- de broek en onderbroek van die [slachtoffer] naar beneden te trekken,
- die [slachtoffer] op de grond te gooien,
- zijn, verdachtes, benen/knieën op de rug van die [slachtoffer] te drukken/duwen,
- die [slachtoffer] (tegen haar lichaam) te schoppen en/of knijpen (in haar armen) en/of met zijn vuist en/of vlakke hand en/of een tak op/tegen haar hoofd te slaan en/of
- het onverhoeds aanraken van die [slachtoffer] en/of het (herhaaldelijk) doorgaan/verdergaan met voornoemde seksuele handelingen terwijl die [slachtoffer] (herhaaldelijk) zei dit niet te willen en/of zei dat verdachte haar los moest laten en/of tegenstribbelde.