ECLI:NL:RBDHA:2026:7323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen niet tijdig besluit machtiging voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor zijn echtgenote en vier kinderen. De rechtbank had eerder op 19 maart 2025 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder nog steeds geen besluit genomen, waarop eiser op 14 november 2025 opnieuw beroep instelde. De rechtbank verklaart dit beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond, en stelt een nieuwe termijn van twee weken voor het nemen van het besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 200 per dag op met een maximum van € 15.000 vanwege de overschrijding van de termijn. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De rechtbank benadrukt dat eerdere dwangsommen onvoldoende prikkel waren om tot besluitvorming te komen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom en proceskostenveroordeling.