Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [V-nummer 1] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin van staatloze Palestijnen uit Gaza met minderjarige kinderen, dienden op 18 juli 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister nam deze niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eisers voerden aan dat de belangen van de kinderen onvoldoende waren betrokken, met name dat geen deskundig BIC-assessment was verricht.
De rechtbank oordeelt dat de minister in het bestreden besluit de belangen van de kinderen wel degelijk heeft betrokken, onder meer door aandacht te besteden aan hun leeftijd, schoolgang, ervaringen in Duitsland en de impact van eerdere verplaatsingen. De rechtbank stelt dat een afzonderlijk deskundigenonderzoek niet verplicht is en dat de minister voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe het belang van de kinderen is meegewogen.
Verder is het oordeel dat overdracht aan Duitsland niet in strijd is met het belang van de kinderen, mede omdat het gezin bijeen blijft en geen objectieve stukken zijn overgelegd waaruit schade blijkt. Eisers' voorkeur voor overdracht naar Griekenland doet niet af aan de verantwoordelijkheid van Duitsland volgens de Dublinverordening.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de minister de belangen van de minderjarige kinderen voldoende heeft betrokken bij de beslissing om de asielaanvragen niet in behandeling te nemen.