ECLI:NL:RBDHA:2026:7357
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen niet tijdig besluit gezinshereniging met oplegging dwangsom
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor zijn vrouw en kinderen. De rechtbank had eerder op 6 maart 2025 het beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek.
Ondanks deze uitspraak heeft verweerder nog steeds geen besluit genomen, waarop eiser op 26 oktober 2025 opnieuw beroep instelde. De rechtbank verklaart dit beroep ontvankelijk en gegrond, wijzend op het feit dat verweerder de beslistermijn wederom heeft overschreden.
De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe en legt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 200 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd vanwege de overschrijding van de termijn. De rechtbank veroordeelt verweerder ook in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 467.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen en legt een dwangsom op wegens overschrijding van de beslistermijn.