Uitspraak
Aanvaarding bevoegdheid ex artikel 12 Brussel Pro II ter
Beschikking op het op 23 januari 2026 ingekomen verzoek van:
de RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG OOST-VLAANDEREN in België,
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
Feiten
Verzoek
Beoordeling
nieteen overdracht van de zaak. In de omstandigheid dat er voor [de minderjarige] door de Belgische kinderrechter tot 3 mei 2026 een kinderbeschermingsmaatregel is opgelegd ziet de rechtbank aanleiding een mondelinge behandeling te gelasten om met de raad voor de kinderbescherming en de belanghebbenden te bespreken of, en zo ja op welke wijze, deze kinderbeschermingsmaatregel moet worden omgezet naar een in Nederland uitvoerbare beschermingsmaatregel. Daarnaast zal ter zitting worden besproken wie van de belanghebbende met het gezag is belast en welke andere beslissingen ten aanzien van [de minderjarige] noodzakelijk zijn. Belanghebbenden kunnen tot uiterlijk 10 dagen voorafgaand aan de mondelinge behandeling – via een advocaat – verzoeken indienen die op de zitting besproken zullen worden.