Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7548

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
AWB - 25 _ 1607
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Wet op de omzetbelasting 1968Art. 8:29 Algemene wet bestuursrechtArt. 11, eerste lid, onderdeel u Wet op de omzetbelasting 1968Besluit Omzetbelasting Aftrek van omzetbelasting, paragraaf 5.2.6.1Besluit Omzetbelasting Aftrek van omzetbelasting, paragraaf 5.2.6.2
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op aftrek van voorbelasting door ondernemersfonds gemeente

Eiseres, een gemeentelijk ondernemersfonds, verzocht via aangiften omzetbelasting over 2023 om teruggaaf van voorbelasting. De Belastingdienst wees deze verzoeken af en handhaafde dit bij uitspraak op bezwaar. Eiseres stelde dat zij op basis van het Besluit Omzetbelasting Aftrek van omzetbelasting, paragraven 5.2.6.1 en 5.2.6.2, recht heeft op aftrek van voorbelasting als ondernemersvereniging of BIZ-stichting.

De rechtbank oordeelde dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden van deze goedkeuringen. Het ondernemersbegrip in de statuten van eiseres wijkt af van het fiscale ondernemersbegrip, en eiseres kon niet aannemelijk maken dat zij uitsluitend de belangen van ondernemers in de zin van de omzetbelasting behartigt. Ook de stelling dat het fonds vergelijkbaar is met een BIZ-stichting bood geen soelaas.

De rechtbank verwierp het beroep en wees erop dat het neutraliteitsbeginsel in de omzetbelasting niet tot een ander oordeel leidt. Omdat eiseres niet aan de eerste voorwaarde voldoet, hoefde de rechtbank niet te oordelen over de overige voorwaarden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van het gemeentelijk ondernemersfonds op aftrek van voorbelasting wordt ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van het Besluit Omzetbelasting.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team belastingrecht
zaaknummers: SGR 25/1607, 25/1608, 25/1611 en 25/1612

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 februari 2026 in de zaak tussen

Stichting [eiseres] , gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft middels het indienen van de aangifte omzetbelasting over alle vier de kwartalen van 2023 verzocht om teruggaaf omzetbelasting van achtereenvolgens € 653, € 4.813, € 3.288 en € 16.244 (aangiften). Bij beschikkingen met dagtekening 26 januari 2024 en 16 februari 2024, heeft verweerder de verzoeken afgewezen (beschikkingen).
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 17 januari 2025 de beschikkingen gehandhaafd.
Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Verweerder heeft in een gesloten envelop stukken aan de rechtbank toegezonden en daarbij, onder verwijzing naar artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, de rechtbank verzocht om geheimhouding. De dossiers zijn daarop in handen gesteld van de geheim-houdingskamer van de rechtbank. Bij tussenbeslissing van 21 november 2025 heeft de geheimhoudingskamer het verzoek om beperkte kennisneming toegewezen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 januari 2026. Eiseres is verschenen, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en [naam 1] . Eiseres heeft een pleitnota overgelegd. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 2] en [naam 3] .

Overwegingen

Feiten
1. Eiseres is een gemeente-breed ondernemersfonds van de gemeente [gemeente] (de gemeente). Het vermogen van eiseres wordt jaarlijks (aan)gevuld door de gemeente vanuit de onroerendezaakbelasting (de ozb). Ter financiering van eiseres heft de gemeente extra ozb op alle niet-woningen.
2. In de statuten is vermeld dat eiseres, onder meer, ten doel heeft:

“[Eiseres] heeft ten doel:

a.
het behartigen van de belangen van ondernemers in de brede zin des woords. Met “ondernemers” wordt in deze statuten bedoeld: belastingplichtige eigenaren en gebruikers in de categorie niet-woningen in het bereik van de onroerendzaakbelasting in de gemeente [gemeente] .”
3. Voorts staat in de statuten dat eiseres ten doel heeft het fungeren als contractpartner voor de gemeente in verband met de bekostiging van collectieve zaken van die ondernemers, het verlenen van opdrachten voor facilitaire diensten ten behoeve van die ondernemers, het bekostigen van collectieve plannen die ten goede komen aan het lokale ondernemingsklimaat, en het verrichten van alle verdere handelingen die met haar doel in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
4. Eiseres is geen ondernemer voor de omzetbelasting.
5. Het is voor eiseres, vanwege de AVG-wetgeving, onbekend wie de ‘belastingplichtige eigenaren en gebruikers in de categorie niet-woningen’ zijn en daarom ook wiens belangen zij behartigt. Uit de administratie voor de ozb van de gemeente volgt dat in 2023 sprake is van 980 subjecten die kwalificeren als ‘niet-woning’.
6. Omdat eiseres niet zelf kan berekenen in welke mate zij recht heeft op aftrek van voorbelasting, heeft De Servicegemeente Dordrecht (de servicegemeente), de interne btw-adviseur van de gemeente, dit voor eiseres berekend. De servicegemeente heeft per subject, zijnde een ‘niet-woning’, beoordeeld of dit een aftrekgerechtigd ‘subject/lid’ is. De beoordeling daarvan is gedaan op basis van het soort object en de functie ervan (zoals industrie, winkel, restaurant, kerk, zorginstelling, school). Verder is gekeken naar de bedrijfsnaam. Bij onvoldoende duidelijkheid heeft de servicegemeente online onderzoek verricht en in bepaalde gevallen een waarneming ter plaatse gedaan. De servicegemeente heeft geconcludeerd dat sprake is van 817 ‘aftrekgerechtigde subjecten/leden’ (83%) en 163 ‘niet-aftrekgerechtigde subjecten/leden’ (17%). Subjecten/leden die mogelijk deels recht hebben op aftrek van voorbelasting (zoals bijvoorbeeld een makelaar) zijn in deze berekening aangemerkt als ‘niet-aftrekgerechtigde subjecten/leden’.
Geschil7. In geschil is of de beschikkingen terecht aan eiseres zijn opgelegd. Meer specifiek is in geschil of eiseres ingevolge het Besluit Omzetbelasting Aftrek van omzetbelasting [1] (het Besluit), op basis van de goedkeuringen van paragraaf 5.2.6.1 Ondernemersverenigingen en paragraaf 5.2.6.2 Bedrijven Investeringszones (BIZ-stichtingen), recht heeft op aftrek van voorbelasting.
8. Eiseres stelt dat zij, conform de door haar ingediende aangiften, op basis van de goedkeuringen in paragraaf 5.2.6.1 en/of paragraaf 5.2.6.2 van het Besluit recht heeft op eenzelfde bedrag aan aftrek van voorbelasting als het geval zou zijn wanneer de goederen en diensten die aan eiseres zijn geleverd rechtstreeks aan de ondernemers wiens belangen eiseres behartigt, zouden worden geleverd.
9. Verweerder stelt dat de beschikkingen terecht aan eiseres zijn opgelegd. Eiseres heeft volgens verweerder geen recht op aftrek van voorbelasting omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden van de goedkeuringen in paragraaf 5.2.6.1 en in paragraaf 5.2.6.2 van het Besluit.
Beoordeling van het geschil
10. 10. In paragrafen 5.2.6.1 en 5.2.6.2 van het Besluit zijn goedkeuringen opgenomen waardoor ondernemersverenigingen en Bedrijven Investeringszone stichtingen (BIZ-stichtingen), indien zij aan de voorwaarden genoemd in paragraaf 5.2.6.1 van het Besluit voldoen, de aan hen in rekening gebrachte btw (deels) in aftrek kunnen brengen:
10.
“5.2.6.1 Ondernemersverenigingen
10.
(…)
10.
Ik verbind hieraan de volgende voorwaarden.
10.
Voorwaarden
  • De goedkeuring geldt alleen voor verenigingen die de zakelijke belangen van ondernemers behartigen en waarbij uitsluitend ondernemers en/of ondernemersverenigingen zijn aangesloten [72];
  • Alleen die btw komt voor aftrek in aanmerking die niet toerekenbaar is aan prestaties waarvoor de vereniging kwalificeert als ondernemer (belast dan wel vrijgesteld bijvoorbeeld ingevolge artikel 11, eerste lid, onderdeel u, van de wet) [73];
  • De btw is alleen aftrekbaar voor zover de kosten voor de hieraan toerekenbare goederen en diensten feitelijk worden gedragen door de aangesloten ondernemers;
  • De aangesloten ondernemers zouden de btw in aftrek kunnen brengen als de goederen en diensten rechtstreeks aan hen geleverd zouden worden. De vereniging dient dit (zowel het recht op aftrek als de groep van ondernemers die het betreft) ten genoegen van de inspecteur aan te tonen [74].
(…)
Voetnoot 72 Met ingang van 1 januari 2020 geldt dat voor de toets of uitsluitend ondernemers / ondernemers-verenigingen zijn aangesloten, relevant is dat de (rechts)personen die een formele binding hebben met de vereniging en die (direct of indirect) gehouden zijn om een financiële bijdrage te voldoen, uitsluitend bestaan uit ondernemers.
(…)
5.2.6.2 Bedrijven Investeringszones (BIZ-stichtingen)
(…) Het is echter ook mogelijk dat de BIZ-stichting (ten opzichte van de gemeenten of derden) ter zake niet als ondernemer handelt. Gelet op het bijzondere karakter van de BIZ-stichtingen keur ik voor die gevallen goed dat zij eveneens, onder dezelfde voorwaarden, de faciliteit mogen toepassen zoals hiervoor genoemd voor ondernemersverenigingen.(…)”
11. Bij eiseres rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat zij recht heeft op (gedeeltelijke) aftrek van voorbelasting omdat zij voldoet aan de voorwaarden van de goedkeuringen van paragraaf 5.6.2.1 en/of van paragraaf 5.2.6.2 van het Besluit. Naar het oordeel van de rechtbank is eiseres daarin niet geslaagd. Wat betreft de eerste voorwaarde van paragraaf 5.2.6.1 van het Besluit acht de rechtbank van belang dat het ondernemersbegrip uit de statuten van eiseres afwijkt van het ondernemersbegrip voor de omzetbelasting. In de statuten van eiseres wordt onder ondernemers verstaan “belastingplichtige eigenaren en gebruikers in de categorie niet-woningen in het bereik van de onroerendzaakbelasting in de gemeente [gemeente] ”, terwijl ingevolge artikel 7 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 ondernemer is “ieder die een bedrijf zelfstandig uitoefent”, waarbij onder bedrijf mede wordt verstaan een beroep en exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. Dat de servicegemeente tot de conclusie is gekomen dat 83% van de subjecten/leden van eiseres aftrekgerechtigd is en 17% van de subjecten/leden van eiseres niet, brengt daarin ook geen verandering omdat hieruit niet volgt dat de subjecten/leden ondernemer zijn voor de omzetbelasting. Ook de stelling van eiseres dat zij vergeleken moet worden met een BIZ-stichting van paragraaf 5.2.6.2 van het Besluit omdat zij geen vereniging is maar een stichting, en dus geen formele binding kan hebben met (rechts)personen als bedoeld in voetnoot 72 van het besluit, kan hierin geen verandering brengen, omdat eiseres met deze stelling niet aannemelijk maakt dat zij uitsluitend de belangen behartigt van ondernemers in de zin van de omzetbelasting.
12. De stelling van eiseres dat met het oog op het neutraliteitsbeginsel in de omzetbelasting het niet zo mag en kan zijn dat samenwerkende, aftrekgerechtigde ondernemers een btw-druk ervaren die zij niet zouden ondervinden als de goederen en diensten rechtstreeks aan hen zouden zijn geleverd, kan haar ook niet baten. Deze stelling gaat ervan uit dat diegene van wie eiseres de belangen behartigt óf allemaal ondernemer in de zin van de omzetbelasting zijn, wat door eiseres niet aannemelijk is gemaakt, óf dat ingevolge het Besluit eiseres recht heeft op een pro rata aftrekrecht, maar daaraan staat de eerste voorwaarde genoemd in paragraaf 5.2.6.1 van het Besluit in de weg.
13. Omdat eiseres niet voldoet aan de eerste voorwaarde genoemd in paragraaf 5.2.6.1, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of eiseres voldoet aan de overige voorwaarden genoemd in die paragraaf. Dat betekent dat eiseres niet op basis van de goedkeuring van paragraaf 5.6.2.1 van het Besluit en/of de goedkeuring van paragraaf 5.2.6.2 van het Besluit de aan haar in rekening gebrachte btw in aftrek kan brengen.
14. Het beroep dient ongegrond te worden verklaard.
Proceskosten
15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Bandsma, rechter, in aanwezigheid van G. Uwineza, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voetnoten

1.Besluit van 24 november 2020, nr. 2020-167584, Stcrt. 2020, nr. 63000, gewijzigd per Besluit van 14 september 2021, nr. 2021-150944, Stcrt. 2021, nr. 41482.