ECLI:NL:RBDHA:2026:7603
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
Verzoeker, van Jordaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 8 december 2025 niet-ontvankelijk in de algemene procedure. Verzoeker stelde hiertegen beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep op 31 maart 2026. Verzoeker en zijn gemachtigde waren niet aanwezig, terwijl de gemachtigde van de minister wel deelnam. Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft de voorzieningenrechter op 2 april 2026 uitspraak gedaan op het beroep.
Omdat de rechtbank op die datum uitspraak deed over het beroep, achtte zij een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag is afgewezen.