ECLI:NL:RBDHA:2026:7609
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit minister van Asiel en Migratie
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, heeft op 6 augustus 2025 een terugkeerbesluit ontvangen van de minister van Asiel en Migratie. Dit besluit meldde het einde van zijn recht op tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 en het stoppen van de tijdelijke bevriezingsmaatregel per 4 september 2025, waarna hij niet meer mag werken en binnen vier weken Nederland moet verlaten.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd om uitstel van vertrek te verkrijgen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 31 maart 2026 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep zelf, waardoor een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het terugkeerbesluit wordt afgewezen omdat het beroep inmiddels is behandeld.