ECLI:NL:RBDHA:2026:7623
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inwilliging asielverzoek wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 19 maart 2026 deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak gedaan zonder zitting.
De rechtbank heeft in een gelijktijdige uitspraak het beroep kennelijk ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R. Tesfai en openbaar gemaakt op 2 april 2026. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-inwilligen van de asielaanvraag is afgewezen omdat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling.