Uitspraak
Beschikking op het op 4 december 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het aanvullend verzoekschrift met bijlagen van 11 januari 2026 van de vader;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoeken van de moeder;
- het bericht met bijlage van 3 februari 2026 van de moeder.
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2024 in [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] uit.
- [de minderjarige] verblijft bij de moeder.
Verzoek en verweer
- dan wel subsidiair een regeling vast te stellen die de rechtbank in het belang van [de minderjarige] juist acht;
- te bepalen dat een dwangsom van €250,- wordt opgelegd voor elke keer dat de zorgregeling niet wordt nageleefd of de moeder afzegt zonder geldige reden en binnen 48 uur geen alternatief biedt, met een maximale dwangsom van €25,000,-;
- de hoofdverblijfplaats van [de minderjarige] bij de moeder vast te stellen;
- te bepalen dat de vader € 539,- per maand aan kinderalimentatie dient te voldoen aan de moeder vanaf 1 januari 2025, telkens voor de eerste van de maand;
- te bepalen dat de vader het door hem ontvangen kindgebonden budget en de kinderbijslag van in totaal € 3.584,- aan de moeder dient te betalen.
Beoordeling
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting;
- de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
€ 2.485,- per maand.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
€ 3.067,- per maand.
- de algemene heffingskorting;
- het kindgebonden budget;
- de alleenstaande ouderkop.
- de algemene heffingskorting;
- de arbeidskorting.
Beslissing
wonende op [adres 1] ,
wonende op [adres 2] ,
ten aanzien van het gezag en de verdeling van de zorg- en opvoedingstakenaan tot
1 augustus 2026 pro forma.