ECLI:NL:RBDHA:2026:7739
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 21 september 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, aangezien uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser eerder via Spanje de EU was binnengekomen.
Eiser voerde aan dat hij medische beperkingen en psychische problemen heeft, waaronder suïcidale gedachten, en dat hij onvoldoende zorg zou ontvangen bij overdracht aan Spanje. Hij beriep zich op het arrest CK tegen Slovenië van het Hof van Justitie van de EU, dat stelt dat overdracht niet mag leiden tot een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de medische situatie.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er in Spanje sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of opvang, noch dat zijn medische situatie objectief is onderbouwd. Daarom kan worden aangenomen dat Spanje de noodzakelijke zorg zal bieden conform het EVRM en het Handvest van de grondrechten van de EU.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt op 2 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.