Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7822

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
NL25.60211 en NL25.60212
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende geloofwaardige vrees voor vervolging in Turkije

Eiser, een Turkse nationaliteit dragende persoon, heeft meerdere asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie zijn afgewezen. De eerste aanvraag in 2021 werd ongegrond verklaard, gevolgd door een buitenbehandelingstelling van een opvolgende aanvraag in 2024 met een opgelegd inreisverbod. De meest recente aanvraag in november 2025 werd eveneens afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser baseert zijn asielverzoek op een nieuw arrestatiebevel en zijn afvalligheid van de islam, waardoor hij vreest voor vervolging en problemen met zijn familie bij terugkeer naar Turkije. De minister acht de identiteit en afvalligheid geloofwaardig, maar vindt de vrees voor vervolging op basis van het arrestatiebevel niet aannemelijk vanwege het ontbreken van een origineel document en concrete aanwijzingen over de aard van de verdenking.

De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat het arrestatiebevel onvoldoende duidelijkheid biedt en dat eiser onvoldoende heeft toegelicht waarom hij het originele document niet kan overleggen. Ook is de vrees voor vervolging wegens afvalligheid niet aannemelijk, mede omdat afvalligheid in Turkije niet strafbaar is en eiser geen concrete bedreigingen heeft onderbouwd.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.60211 en NL25.60212
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. M. Erik),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Rijerkerk).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.
1.1.
Eiser heeft op 18 oktober 2021 voor het eerst asiel aangevraagd. Deze aanvraag heeft verweerder met het besluit van 13 september 2023 afgewezen als ongegrond. Verweerder heeft daarbij een terugkeerbesluit genomen. De rechtbank heeft eisers beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard. [1] Op 20 september 2024 heeft eiser een opvolgende asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 30 september 2024 buiten behandeling gesteld en eiser daarbij, onder verwijzing naar het eerdere terugkeerbesluit, een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
1.2.
Eiser heeft op 18 november 2025 een nieuwe aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 30 november 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 18 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, U. Burgu als tolk, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1983 en heeft de Turkse nationaliteit. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Hij heeft een nieuw arrestatiebevel ontvangen en vreest daarom bij terugkeer naar Turkije aangehouden te worden. Daarnaast gelooft eiser niet meer in de islam en vreest hij daarom bij terugkeer naar Turkije voor problemen met zijn familie.
Het bestreden besluit
3. Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst en eisers afvalligheid van de islam geloofwaardig. Eisers gestelde problemen vanwege zijn arrestatiebevel, vindt verweerder niet geloofwaardig. Eiser heeft onvoldoende documenten gegeven en heeft hier geen goede verklaring voor. Hij heeft namelijk alleen een kopie van het arrestatiebevel overgelegd, terwijl hij bij zijn eerdere aanvraag het originele document heeft opgestuurd. Omdat eiser het originele document inmiddels is kwijtgeraakt, kan verweerder dit document niet op echtheidskenmerken onderzoeken. Eiser heeft geen goede verklaring gegeven waarom hij het originele document niet alsnog kan verkrijgen. Daarnaast wordt eisers naam niet genoemd in de overgelegde kopie van het arrestatiebevel. Ook blijkt niet waar eiser concreet van wordt verdacht. Eisers verklaringen vormen verder geen samenhangend en aannemelijk geheel, omdat eiser niet kan verklaren waar het arrestatiebevel betrekking op heeft.
Hoewel verweerder eisers afvalligheid van de islam geloofwaardig vindt, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij op basis hiervan een gegronde vrees voor vervolging heeft. Eiser is niet eerder bedreigd door zijn familie en heeft geen contact met zijn familie buiten zijn moeder om. Eiser heeft enkel vermoedens, maar die zijn niet onderbouwd. Verder blijkt uit landeninformatie dat afvalligheid niet strafbaar is in Turkije.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser wordt ten onrechte tegengeworpen dat hij geen origineel document heeft ingediend. Eerder heeft eiser namelijk wel een origineel document opgestuurd naar verweerder. Eiser heeft inmiddels geen toegang meer tot E-devlet. Daarnaast wijst eiser erop dat ook kopieën van documenten moeten worden beoordeeld en niet terzijde kunnen worden gelegd enkel op de grond dat het een kopie betreft. Ook is verweerder voorbijgegaan aan de uitleg van eiser in de zienswijze dat hij geen toegang heeft kunnen krijgen tot stukken, en daarom niet kan verklaren waar het arrestatiebevel op ziet. Nu verweerder ten onrechte eisers problemen vanwege zijn arrestatiebevel niet geloofwaardig heeft gevonden, heeft verweerder ook ten onrechte niet alle asielmotieven doorgetoetst.
Ten aanzien van zijn afvalligheid, heeft eiser in de zienswijze gewezen op de omstandigheid dat in Turkije een regering aan de macht is die de politieke islam aanhangt en het secularisme uitholt. Eiser verwijst ter onderbouwing hiervan naar passages uit het Algemeen Ambtsbericht van februari 2025 over Turkije. [2]
Verweerder laat tot slot ten onrechte een cumulatieve beoordeling achterwege. De omstandigheid dat eiser te maken heeft met een strafzaak, in combinatie met zijn afvalligheid, in combinatie met de bedreiging vanuit de familie, moet in samenhang met elkaar worden beoordeeld.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank brengt allereerst in herinnering dat in eisers eerste asielprocedure in rechte vast is komen te staan dat niet gebleken is dat eiser in Turkije ten onrechte is veroordeeld voor diefstal.
6. Kort voor de zitting heeft de gemachtigde van eiser erop gewezen dat het overgelegde arrestatiebevel wel een origineel betreft. Het gaat om een print vanuit UYAP met alle echtheidskenmerken en eiser heeft per abuis gesproken over een kopie. Verweerder heeft op zitting in reactie hierop aangegeven dat hij geen aanleiding ziet om nader onderzoek te doen naar het document, omdat nog steeds niet duidelijk is over wie het document gaat en wat er uit het document volgt.
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt heeft kunnen stellen dat eisers problemen vanwege het nieuwe arrestatiebevel niet geloofwaardig zijn. Verweerder heeft geen nader onderzoek hoeven doen naar het arrestatiebevel. Verweerder heeft terecht opgemerkt dat in het document eisers naam niet wordt genoemd en uit het document niet blijkt waar eiser van wordt verdacht. Het gaat om een proces-verbaal van zitting waarin staat dat de zitting verdaagd is omdat eiser niet was verschenen, en dat er een arrestatiebevel uitgevaardigd moet worden om eisers verweer en bewijsmiddelen vast te stellen. De gemachtigde van eiser heeft de mogelijkheid dat dit document gerelateerd is aan de eerdere strafrechtelijke procedure van eiser, niet ontkend. Verder heeft verweerder ook kunnen tegenwerpen dat eiser zelf ook niet kan verklaren waar het arrestatiebevel op ziet. Dat eiser geen toegang heeft tot E-devlet is geen afdoende verklaring hiervoor, nu eiser stelt wel contact te hebben gehad met zijn advocaat in Turkije en van hem verwacht mag worden dat hij pogingen onderneemt om te achterhalen waarvoor hij wordt gezocht. De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals de gemachtigde van eiser ter zitting heeft verzocht, de behandeling van het beroep aan te houden zodat eiser nadere stukken kan verkrijgen.
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft dat eiser bij terugkeer naar Turkije geen gegronde vrees voor vervolging heeft vanwege zijn afvalligheid van de islam. Eisers vrees voor zijn familieleden is enkel gebaseerd op vermoedens. Daarnaast heeft verweerder er terecht op gewezen dat afvalligheid in Turkije niet strafbaar is en de Turkse grondwet vrijheid van religie garandeert. [3] De passages uit het ambtsbericht waar eiser naar verwijst, maken het oordeel niet anders. Eiser heeft gewezen op een YouTuber die zich in het openbaar kritisch heeft uitgelaten over de islam en waar vervolgens een arrestatiebevel tegen werd uitgevaardigd, en de criminalisering van de LHBTI-beweging in Turkije. Hoewel hieruit afgeleid kan worden dat de Turkse staat mogelijk minder seculier is in de praktijk dan uit de grondwet volgt, blijkt hieruit niet dat eiser persoonlijk gevaar loopt bij terugkeer. Eiser heeft immers verklaard geen behoefte te hebben om zijn afvalligheid te uiten. Ook heeft eiser niet gesteld te behoren tot de LHBTI-beweging in Turkije.
9. Eisers beroepsgrond dat verweerder ten onrechte geen cumulatieve beoordeling heeft gemaakt, slaagt niet. Het is onduidelijk hoe eisers afvalligheid naar voren zou komen in zijn strafrechtelijke procedure, nu uit het overgelegde document niet af te leiden is waar de strafrechtelijke procedure over gaat.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
11. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 7 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1331.
2.Pagina 29, derde alinea en hoofdstuk 8.
3.Algemeen Ambtsbericht Turkije februari 2025, p. 67.