ECLI:NL:RBDHA:2026:7826
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stelling asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming niet-ontvankelijk
Eiser diende op 19 september 2025 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder stelde deze aanvraag op 5 december 2025 buiten behandeling omdat eiser niet was verschenen voor een nader gehoor en niet had gereageerd op een uitnodiging, conform artikel 30c van de Vreemdelingenwet 2000.
De gemachtigde van eiser stelde dat er sprake was van onzorgvuldige afhandeling en dat een nieuwe afspraak was gemaakt, maar verweerder gaf aan dat de uitnodigingsbrief van 11 december 2025 een administratieve vergissing betrof. Vervolgens meldde het COA dat eiser met onbekende bestemming (MOB) was vertrokken, waarna verweerder een terugnameverzoek van Duitse autoriteiten ontving en de Dublinclaim aanvaardde.
De rechtbank overweegt dat bij vertrek met onbekende bestemming zonder contact te onderhouden, in beginsel wordt aangenomen dat de asielzoeker geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland. Omdat eiser geen contact meer onderhoudt en geen procesbelang heeft, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Proceskosten worden niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandeling stelling van de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens vertrek met onbekende bestemming zonder procesbelang.