ECLI:NL:RBDHA:2026:788
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.E.M. Wilbers-Taselaar
- G.A. Bouter - Rijksen
- E.C. Harting
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM wegens 1F-gedragingen en gevaar voor openbare orde
Eiser, een Afghaanse nationaliteit dragende persoon, heeft meerdere asielaanvragen gedaan die zijn afgewezen vanwege toepassing van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag wegens betrokkenheid bij ernstige oorlogsmisdrijven in Afghanistan. Hij verzocht om een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'gezinsleven conform artikel 8 EVRM Pro', waarbij hij zich beroept op zijn gezinsleven met zijn echtgenote en minderjarige kinderen die in Nederland wonen.
De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat eiser een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde vanwege zijn 1F-status en het ontbreken van oprecht berouw. De rechtbank toetste deze belangenafweging en concludeerde dat de minister alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken, waaronder de ernst van de misdrijven, het lange tijdsverloop, het ontbreken van strafbare feiten sinds het verblijf in Nederland, en de gezinsafhankelijkheid.
De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging in het nadeel van eiser uitvalt en dat het bestreden besluit niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind, noch met het evenredigheidsbeginsel. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege ernstige 1F-gedragingen en gevaar voor de openbare orde.