Uitspraak
Alimentatie en gezag
Beschikking op het op 17 februari 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 10 maart 2025, met bijlagen, van de vrouw;
- het F9-formulier van 21 maart 2025, houdende een aanvullend verzoek, met bijlagen;
- het verweerschrift met een zelfstandig verzoek;
- het verweerschrift op het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 4 februari 2026, met bijlagen, van de man;
- het F9-formulier van 5 februari 2026, met bijlagen, van de man;
- het F9-formulier van 5 februari 2026, met bijlagen, van de vrouw;
- het F9-formulier van 12 februari 2026, met bijlagen, van de vrouw;
- het F9-formulier van 13 februari 2026, met bijlagen, van de man;
- het F9-formulier van 16 februari 2026, met bijlagen, van de vrouw.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2006 tot [datum 2] 2018.
- Zij zijn de ouders van:
- de jong-meerderjarige [de jong-meerderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2007 in [geboorteplaats 1] (hierna: [de jong-meerderjarige] );
- de minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 in [geboorteplaats 2] (hierna: [de minderjarige] ).
- De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
- Bij beschikking van deze rechtbank van 11 april 2018 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is het door hen ondertekende ouderschapsplan opgenomen. Hierin is – voor zover hier van belang – vastgelegd dat:
- de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de vrouw;
- er een zorgregeling geldt tussen de kinderen en de man;
- de man aan de vrouw € 17,- per kind per maand aan kinderalimentatie betaalt.
- bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats zullen hebben bij de man;
- het verzoek van de man tot beëindiging dan wel schorsing van het gezamenlijk gezag afgewezen.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 28 juli 2021 is – voor zover hier van belang – bepaald dat er een zorgregeling zal gelden tussen de vrouw en de kinderen, inhoudende dat de kinderen een weekend per veertien dagen van vrijdag 16.00 uur tot zondag 16.00 uur bij de vrouw zijn, alsmede een middag per twee weken van 16.00 uur tot 19.00 uur.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 10 januari 2025 is – voor zover hier van belang – :
- bepaald dat [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vrouw;
- aan de vrouw toestemming verleend, welke toestemming die van de man vervangt, om met de kinderen voor 1 september 2025 twee weken naar de Filipijnen te reizen.
Verzoek en verweer
- de man aan de vrouw met ingang van 10 januari 2025 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de minderjarige] zal dienen te betalen € 177,- per maand, dan wel een zodanig bedrag met een zodanige ingangsdatum als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
- de man aan de vrouw met ingang van 10 januari 2025 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de jong-meerderjarige] zal dienen te betalen € 49,- per maand, danwel een zodanig bedrag met een zodanige ingangsdatum als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
- voortaan aan de vrouw het eenhoofdig gezag toekomt over [de minderjarige] ,
- de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, althans die verzoeken af te wijzen;
- de door de vrouw aan de man te betalen bijdrage ten behoeve van [de jong-meerderjarige] vast te stellen op € 217,- per maand, althans op een geldsom door de rechtbank in goede justitie te bepalen, met ingang van de datum van indiening van dit verzoekschrift, althans met ingang van een datum door de rechtbank in goede justitie te bepalen, uitvoerbaar bij voorraad.