Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7970

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 april 2026
Zaaknummer
C/09/697978 / FA RK 26-519
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening partneralimentatie en gebruik woning na scheiding

Partijen, gehuwd sinds 2013, zijn betrokken bij een procedure over voorlopige voorzieningen na het beëindigen van hun relatie. De vrouw verzocht om een voorlopige partneralimentatie van €8.008 per maand en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De man verzette zich hiertegen en verzocht om het gebruik van de woning aan hem toe te wijzen indien de vrouw het zomerhuis niet betrekt.

Tijdens de zitting op 20 februari 2026 bereikten partijen overeenstemming. De vrouw zal in het zomerhuis verblijven vanaf 1 maart 2026 totdat zij eigen woonruimte vindt, waardoor het verzoek tot uitsluitend gebruik van de woning werd ingetrokken. De man trok zijn voorwaardelijke verzoek eveneens in.

Partijen spraken af dat de man vanaf 1 maart 2026 een voorlopige partneralimentatie van €1.100 per maand aan de vrouw zal betalen. De rechtbank legde deze afspraken vast en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De uitspraak werd op 6 maart 2026 openbaar uitgesproken door rechter H.M. Boone.

Uitkomst: De man moet vanaf 1 maart 2026 een voorlopige partneralimentatie van €1.100 per maand betalen aan de vrouw.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-519
Zaaknummer: C/09/697978
Datum beschikking: 6 maart 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 18 januari 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.W.S. Nijman te Oegstgeest.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek;
  • het F9-bericht van de vrouw van 19 februari 2026, met bijlagen.
Op 20 februari 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat en een tolk: H. Rida.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum] 2013 te [plaats] , [land] .
  • Partijen hebben beiden in ieder geval de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat:
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige partneralimentatie van
€ 8.008,- per maand wordt vastgesteld, met ingang van 1 januari 2026;
- bij wijze voorwaardelijk verzoek, wanneer zij niet langer het uitsluitend en
kosteloos mede gebruik van de woning aan de [adres] heeft, dat zij gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van deze woning, met bevel dat de man die dient te verlaten en deze niet verder mag betreden;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert verweer tegen de verzochte partneralimentatie en het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De man verzoekt daarnaast om voorwaardelijk – ingeval de vrouw weigert om het zomerhuis achter de echtelijke woning te betrekken – te bepalen dat de man met ingang van de datum van de beschikking, althans een door de rechtbank te bepalen datum, met uitsluiting van de vrouw gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] , inclusief de inboedel en de vrouw te veroordelen de woning te verlaten en niet meer verder te betreden.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt in deze zaak rechtsmacht toe. De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Overeenstemming
Partijen zijn erin geslaagd om op de zitting overeenstemming te bereiken. Zij zijn daarbij allereerst overeengekomen dat de vrouw in het zomerhuis bij de echtelijke woning zal verblijven (bekend onder naam ‘ [naam] ’) vanaf 1 maart 2026, voor de periode waarin zij nog geen eigen woonruimte heeft gevonden. De vrouw heeft daarop haar verzoek inzake het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning ingetrokken en de man heeft zijn voorwaardelijk verzoek ingetrokken. De rechtbank hoeft hierover daarom geen beslissing meer te nemen.
Daarnaast hebben partijen ook een afspraak gemaakt over de voorlopige partneralimentatie. Zij zijn op de zitting overeengekomen dat de man vanaf 1 maart 2026
voorlopigeen bijdrage aan partneralimentatie zal voldoen aan de vrouw van € 1.100,- per maand. De rechtbank zal deze overeenstemming vastleggen.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de man aan de vrouw met ingang van 1 maart 2026 voorlopig een partneralimentatie van € 1.100,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.