Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 12 december 2023, maar had binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden geen besluit genomen. Eiseres stelde de minister op 3 februari 2026 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat de beslistermijn is verstreken en de ingebrekestelling correct is gedaan. De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor het geval de minister niet binnen deze termijn beslist.
Daarnaast krijgt eiseres een proceskostenvergoeding van € 467,- toegekend, omdat zij een professionele gemachtigde inschakelde en de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn ging. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 1 april 2026.