ECLI:NL:RBDHA:2026:7990
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië tijdens besluitmoratorium
Eiser heeft op 18 september 2024 een asielaanvraag ingediend. De minister moet binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië van 14 december 2024 tot 13 juni 2025 is de beslistermijn verlengd met één jaar, tot maximaal 21 maanden. Hierdoor moest de minister uiterlijk op 18 maart 2026 beslissen.
Eiser stelde de minister op 3 februari 2026 in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de beslistermijn toen nog niet verstreken was. De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Tevens is vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag sinds 19 november 2024, na een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië heeft beperkt.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en komt niet toe aan het vaststellen van een eventuele bestuurlijke dwangsom. Het beroep wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling terwijl de minister nog binnen de verlengde beslistermijn moest beslissen.