ECLI:NL:RBDHA:2026:801
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid biseksualiteit
Eiser, een Gambiaanse asielzoeker, diende op 25 oktober 2023 een opvolgende asielaanvraag in met als grond zijn biseksualiteit, hetgeen in Gambia verboden is. De minister wees deze aanvraag op 11 september 2025 af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op. Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat de minister de biseksualiteit van eiser niet geloofwaardig achtte, mede omdat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn seksuele gerichtheid en de combinatie daarvan met zijn islamitische achtergrond. De rechtbank vond dat de minister het referentiekader van eiser voldoende had betrokken bij de beoordeling.
Eiser was niet verschenen op het aanvullend gehoor, met een medische situatie als reden, maar deze was niet met medische stukken onderbouwd. De rechtbank vond dat de minister voldoende rekening had gehouden met deze situatie. Het aanvullend gehoor was bedoeld om meer informatie te verkrijgen, maar eiser had reeds verklaringen afgelegd over zijn biseksualiteit.
De rechtbank concludeerde dat de minister de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser moet terugkeren naar Gambia en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid van de biseksualiteit.