Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ontvangen op 6 november 2023, en de uiterste beslistermijn van 21 maanden was op het moment van ingebrekestelling op 5 februari 2026 reeds verstreken. Eiser stelde de minister schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in, dat ontvankelijk en gegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen, waarbij rekening is gehouden met het belang van zowel snelle als zorgvuldige besluitvorming. De overschrijding van de beslistermijn en het feit dat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven zijn hierbij van belang.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de minister de beslistermijn overschrijdt. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 467,-, vanwege de inschakeling van professionele juridische hulp en de aard van het geschil.