ECLI:NL:RBDHA:2026:8035
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië tijdens besluitmoratorium
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 23 juli 2024 en diende uiterlijk binnen zes maanden te beslissen, tenzij een besluitmoratorium van toepassing is.
De rechtbank overweegt dat vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, de beslistermijn met één jaar is verlengd tot maximaal 21 maanden. Hierdoor moest de minister uiterlijk op 23 januari 2026 beslissen. Eiser stelde de minister op 2 januari 2026 in gebreke, maar dit was te vroeg omdat de beslistermijn toen nog niet verstreken was.
Daarnaast is vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag vanaf de datum van indiening, mede vanwege een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State over de onmogelijkheid van overdracht aan Italië.
De rechtbank concludeert dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het te vroeg indienen van de ingebrekestelling en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend terwijl de beslistermijn nog niet was verstreken.